Alnus cordata (hartbladige els, Italiaanse els) is een loofboom uit de Betulaceae familie, die van nature samen met Fagus sylvatica, Pinus nigra en Quercus cerris voorkomt in de zuidelijke Apennijnen van Italië en de noordoostelijke bergen van Corsica. Vanuit daar is de soort als sier- en landschapsboom verspreid naar andere delen van Europa en Noord-Amerika. Deze els wordt gezien als een relictsoort uit het Tertiair, vanwege de gelijkenissen met Alnus subcordata en andere oosterse elzen. Onder gunstige omstandigheden kan de boom een uiteindelijke hoogte van tien tot vijftien meter bereiken, met - afhankelijk van de standplaats en leeftijd - vier tot acht meter breed. Hij ontwikkelt een piramidale, halfopen kroon.
De hartbladige els heeft - zoals de naam al doet vermoeden - hartvormige en leerachtige, glanzend donkergroene bladeren van ongeveer vijf tot twaalf centimeter lang. Ze blijven vaak van april tot december hangen, waardoor de boom ook later in het najaar nog structuur biedt. Omstreeks februari, maart verschijnen de mannelijke en vrouwelijke katjes al, vóór het ontluiken van het blad: de mannelijke zijn geelbruin en hangend, de vrouwelijke zijn groen, staand en compacter. Na de bloei ontwikkelen zich de karakteristieke elzenproppen die vanaf het najaar tot diep in de winter aan de boom blijven en later de door wind verspreide zaden vrijgeven. De schors is aanvankelijk glad en grijsbruin, bij oudere bomen ontstaan groeven. Twijgen zijn lichtbruin en kaal.
In tegenstelling tot vele andere elzen is Alnus cordata relatief goed bestand tegen droogte, verharding en zeewind, waardoor hij ook geschikt is voor stedelijke beplanting en kustgebieden. De boom is niet bijzonder kieskeurig wat grondsoort betreft, zolang deze maar vochtig en goed doorlatend is. Hij verdraagt lichte kalk, zavel en klei - en groeit ook op wat armere bodems, waar hij stikstof aan de bodem kan toevoegen via symbiotische bacteriën in de wortels. Als heliofiele soort is het een echte zonaanbidder die in lanen, groenbermen, op pleinen, maar ook in parken en tuinen een bijdrage kan leveren aan zowel de biodiversiteit als een prettig stadsklimaat.