Acer henryi (Henry esdoorn) is een middelgrote boom of grote meerstammige uit Centraal-China, met een uitgestrekt natuurlijk verspreidingsgebied van Jiangsu en Zhejiang in het oosten tot Sichuan in het westen. De soort groeit daar in bergbossen, vaak als ondergroei langs de Yangtzevallei met andere esdoorns als Acer davidii en Acer griseum, maar ook Lindera obtusiloba, Decaisnea fargesii en Carpinus cordata, op hoogtes van 500 tot 1500 meter. Hij werd in 1888 ontdekt door de Ierse plantenverzamelaar Augustine Henry en beschreven door de Duitse botanicus Ferdinand Pax, die de soort naar hem vernoemde. In 1903 eeuw werd Acer henryi in Europa geïntroduceerd via Veitch Nurseries en in 1907 naar Noord-Amerika, beiden door botanicus Ernest Wilson. In cultuur bereikt hij een hoogte van zes tot tien meter, met een even brede, vaasvormige kroon en een open, luchtige groeiwijze.
De Chinese Acer henryi lijkt erg veel op de Japanse Acer cissifolium. Ze zijn allebei herkenbaar aan de drietallige bladeren, die bij Acer henryi meestal gave, nauwelijks getande randen hebben. De bladeren zijn aanvankelijk zacht behaard, violet uitlopend en matglanzend, blauwgroen met lichtgroene onderzijde in de zomer en verkleuren in de herfst spectaculair naar bronsachtig oranje-rood tot paarsrood. De bloei vindt plaats in april-mei, voor het uitlopen van het blad, met kleine geelgroene bloemen in smalle, rechtopstaande tot later hangende, aarvormige trossen. Acer henryi is tweehuizig, waardoor mannelijke en vrouwelijke bloemen op afzonderlijke bomen voorkomen. De vruchten hangen in lange, trossen en verkleuren van roze naar bleekgroen bij rijping in oktober. De bast is op jonge twijgen opvallend groen tot blauwig en blijft dit meerdere jaren, later verkleurend naar grijsbruin en licht gegroefd. Twijgen zijn slank, eerst licht behaard en later glad en glanzend. De bast van de boom is lichtgrijs.
Acer henryi is een bijzonder charmante esdoorn die een breed scala aan bodemtypen verdraagt, mits goed doorlatend. Hij groeit het best op voedselrijke, licht zure tot neutrale bodems (en tolereert best wat kalk) en prefereert een standplaats in zon tot lichte halfschaduw; diepe schaduw en natte, slecht doorlatende gronden worden slecht verdragen. Door zijn sierlijke habitus, verfijnde bladstructuur en warme herfstkleuren is het een waardevolle soort voor parken, arboreta en tuinen. Ondanks deze kwaliteiten is hij nog relatief zeldzaam in cultuur, mede doordat vruchtzetting afhankelijk is van de aanwezigheid van zowel mannelijke als vrouwelijke exemplaren.