Een van de belangrijkste functies van bomen is de opslag van koolstof (ook wel koolstofdioxide, afgekort CO2). Koolstofopslag is cruciaal voor het terugdringen van de klimaatverandering. Blijft de hoeveelheid CO2 in de atmosfeer stijgen dan blijft ook de temperatuur op aarde stijgen. Dit heeft verwoestende gevolgen waarvan we extreme droge en natte perioden ondervinden met schade aan leefomgeving en landbouw als gevolg. Bomen slaan koolstof op door CO2 uit de atmosfeer op te nemen tijdens het proces van fotosynthese. Ze gebruiken dit om hun stammen, wortels, takken en bladeren te laten groeien. De mate van koolstofopslag in bomen varieert, afhankelijk van soort, leeftijd, grootte en locatie. Bomen in tropische regenwouden kunnen, als voorbeeld, aanzienlijk meer koolstof opslaan dan bomen in gematigde gebieden. Dit als gevolg van hun hoge groeisnelheid en het tropische klimaat waardoor ze jaarrond actief zijn. Grote, oude en veterane bomen met veel hout hebben meer koolstof opgeslagen dan jonge bomen. Dit geeft het belang van het behoud van oude bomen en bossen direct aan. Een boom houdt zijn opgeslagen CO2 vast zolang de gekapte boom niet verbrandt of verrot. Veel gekapt hout wordt als constructiemateriaal in de bouw gebruikt en zo wordt de opgeslagen koolstof behouden. Wordt het hout na gebruik verbrand of rot het weg, dan komt de CO2 alsnog vrij. Bij verbranding komt in één keer een enorme hoeveelheid CO2 vrij en vele andere schadelijke gassen en roetdelen. Het zijn niet alleen de bomen die koolstof opslaan, ook de bodem en water slaat het op. meer weten over dit onderwerp? Lees het uitgbreide artikel.