Leefomgeving
Een grote boom levert meer diensten voor de omgeving dan een kleine boom. Maar hoeveel boomkroonvolume is er minimaal nodig om effect te bereiken. De nieuwe Landelijke Bomennorm van het Norminstituut Bomen geeft de volgende richtlijn: 2,2 m³ boomkroonvolume (BKV) per m² landoppervlak. Deze norm geeft een helder en meetbaar doel voor het creëren van een groenere en gezondere leefomgeving. Hierbij wordt gekeken naar de bijdrage van bomen aan biodiversiteit en de klimaatdoelen. Een grote boom heeft een omvangrijker kroonvolume, wortelvolume en veel bladoppervlak. Onder een grote boom verstaan we bij Boomkwekerij Ebben bomen met een stamomtrek van 60 t/m 140 cm. Deze bomen zijn ongeveer acht meter en hoger. Het volume van bomen hangt samen met de hoeveelheid diensten die ze aan hun omgeving verlenen. Bomen met een grotere stamdiameter hebben een grotere houtige biomassa, waardoor ze meer koolstofdioxide kunnen opslaan dan kleinere bomen. Op dezelfde manier neemt het vermogen van bomen om neerslag en luchtverontreinigende stoffen te onderscheppen toe naarmate de kroon en het totale bladoppervlak groter zijn. Het percentage boomkroonvolume in steden is belangrijk om verschillende redenen, met name op het gebied van biodiversiteit, klimaatadaptatie en gezondheid van de bomen en op ecologisch, economisch en maatschappelijk vlak.