+
Kennisbank: De eerste jaren na aanplant

Nazorg, de eerste jaren na aanplant

Nazorg, de eerste jaren na aanplant

De eerste jaren na het aanplanten zijn cruciaal voor het goed aanslaan van een boom. De kwetsbaarheid zit hem in omgevingsstress ontstaan door het verplanten. Wortels gaan verloren, waterstand en grondsamenstelling zijn anders op de nieuwe plaats en de positie van de boom t.o.v. zon en wind zijn een aangepaste factor. Door deze stress is de boom vatbaarder voor ziekten, plagen en verdrogen. Door de juiste nazorg te bieden tijdens de eerste jaren na aanplant gun je de boom de basis voor een optimale groei. Alleen gezonde bomen kunnen hun ecologische waarden vervullen en het ontwerp verrijken.

Verwijderen gietrand en verankering

Bij het aanplanten van jonge bomen wordt vaak een gietrand geplaatst. Dit is een kunststof kraag die er primair voor zorgt dat bij het watergeven het vocht niet direct van de kluit wegloopt. Tijdens de nazorg is het verstandig de gietrand te verwijderen als watergeven niet meer aan de orde is. Blijft die wel aanwezig dan kan dit zeer nadelig zijn voor de boom. Door de groei van de boom zal het kroonvolume toenemen en zal bij regenval het water via de kroon en stam naar de voet van de boom lopen (stamstroom). Hoe meer volume de kroon heeft hoe meer stamstroom zal ontstaan, dit water zal zich ophopen aan de voet van de boom als de gietrand na al die jaren nog aanwezig is. Het heeft luie wortels tot gevolg omdat de boom niet buiten zijn kroonprojectie hoeft te wortelen opzoek naar vocht, ook werkt het stamrot in de hand. Ook verankering zowel ondergronds als bovengronds moeten verwijderd worden om de boom te leren zelfstandig te kunnen staan. Dit verwijderen kan het beste gefaseerd gebeuren te beginnen aan de luwe zijde bij gebruik van boompalen. Ondergrondse verankering, bij aanplant in de vollegrond, zal de verankering doorsneden moeten worden. Daar waar het wortelvolume altijd beperkt zal blijven, zoals bij toepassing op een daktuin, mag de verankering niet doorsneden worden. Kortom, toegepaste aanplantmaterialen moeten verwijderd worden nadat hun functie overbodig is geworden om schade te voorkomen.

Controleren ziekten en plagen

Controleren ziekten en plagen

Regelmatige controle op ziekten en plagen is essentieel om problemen tijdig te signaleren en aan te pakken. Jonge bomen hebben de eerste jaren na aanplant een beperkt wortelgestel doordat met het rooien er wortels zijn doorsneden. Daardoor zijn ze gevoeliger voor stressfactoren zoals droogte, bodemverdichting en aantastingen door insecten of schimmels. Veel plagen kunnen de groei van een boom remmen door voedingsstoffen aan de bladeren of sapstromen te onttrekken denk aan bladluizen of mineermotten. Schimmels daarentegen kunnen bladverlies veroorzaken, waardoor de fotosynthese afneemt en dus de vitaliteit van de boom afneemt omdat hij geen suikers kan aanmaken denk aan meeldauw of roest. Ook wortelziekten zoals Phytophthora kunnen de hergroei en overlevingskans van een boom verminderen. Door regelmatig visuele inspecties uit te voeren en symptomen zoals verkleurde bladeren, verwelking of bastschade te herkennen, kan vroegtijdig afwijkingen worden herkend en er kan worden ingegrepen. Tijdige maatregelen, zoals bestrijding, bodemverbetering of snoei van aangetaste takken, helpen de boom gezond te houden. Lees alles over: Ziekten & Aantastingen.

Meld je aan voor onze nieuwsbrief.

×
Cookie instellingen

Stel hier uw cookie voorkeur in. Meer informatie over het gebruik van gegevens en de verschillende cookies vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.