De eerste jaren na aanplant
Bij het aanplanten van jonge bomen wordt vaak een gietrand geplaatst. Dit is een kunststof kraag die er primair voor zorgt dat bij het watergeven het vocht niet direct van de kluit wegloopt. Tijdens de nazorg is het verstandig de gietrand te verwijderen als watergeven niet meer aan de orde is. Blijft die wel aanwezig dan kan dit zeer nadelig zijn voor de boom. Door de groei van de boom zal het kroonvolume toenemen en zal bij regenval het water via de kroon en stam naar de voet van de boom lopen (stamstroom). Hoe meer volume de kroon heeft hoe meer stamstroom zal ontstaan, dit water zal zich ophopen aan de voet van de boom als de gietrand na al die jaren nog aanwezig is. Het heeft luie wortels tot gevolg omdat de boom niet buiten zijn kroonprojectie hoeft te wortelen opzoek naar vocht, ook werkt het stamrot in de hand. Ook verankering zowel ondergronds als bovengronds moeten verwijderd worden om de boom te leren zelfstandig te kunnen staan. Dit verwijderen kan het beste gefaseerd gebeuren te beginnen aan de luwe zijde bij gebruik van boompalen. Ondergrondse verankering, bij aanplant in de vollegrond, zal de verankering doorsneden moeten worden. Daar waar het wortelvolume altijd beperkt zal blijven, zoals bij toepassing op een daktuin, mag de verankering niet doorsneden worden. Kortom, toegepaste aanplantmaterialen moeten verwijderd worden nadat hun functie overbodig is geworden om schade te voorkomen.