+
Kennisbank: Het snoeien van boomvormen

Hoogstam bomen

Hoogstam bomen

Hoogstam bomen worden veelal aangeplant langs wegen en lanen en worden daar begeleid naar een takvrije stamhoogte van 2,50 tot 4,60 meter afhankelijk de vereiste of gewenste doorrijhoogte voor verkeer. Dit betekent dat jaarlijks takken aan de onderkant van de kroon worden verwijderd tot de juiste hoogte is bereikt. Hoogstam bomen worden op onze kwekerij al voorbereid op de uiteindelijke standplaats, dat wil zeggen dat een deel van de stam takvrij wordt gemaakt. Hoe groot dat takvrije deel is, hangt af van de totale boomhoogte. 

De takvrije stamlengte van een boom kan niet onbeperkt worden verlengd, er moet een bepaalde verhouding tussen de takvrije stam en volgroeide kroon overblijven om de boom in balans te houden. Die verhouding takvrije stam tot kroonhoogte is minimaal 1:2. Wanneer de takvrije stam van een boom langs een weg 4,6 meter moet worden, wordt deze verhouding gehaald door een soort te kiezen met een totale volwassen hoogte van minimaal 14 meter, dat is een boom van de eerste of tweede grootte.

Beveerde bomen

Een beveerde boom heeft een recht doorgaande harttak of stam, die van onder tot boven betakt is (beveerd). Een boom in het open veld zal van nature altijd beveerd opgroeien. Van een beveerde boom moeten enkel de probleemtakken worden gesnoeid (zie onderhoudssnoei).

Meerstammige bomen

Meerstammige bomen

Iedere meerstammige boom heeft - al op jonge leeftijd - zijn eigen identiteit en karakteristieken, die door middel van juist beheer versterkt kunnen worden. Soms hebben beheerders moeite met het onderhoud van deze boomvormen, juist omdat ze allemaal anders zijn qua vorm. Het beheer van een meerstammige komt neer op: 

  • Het verwijderen van schurende en gebroken takken.

  • Het verwijderen van dood hout.

  • Eventueel jonge takken van de stammen verwijderen om de meerstammige op te kronen. De reden hiervoor kan zijn: het uitlichten van de kroon met een grondspot, de ruimte onder de kroon gebruiken voor onderbeplanting, de meerstammige dienst laten doen als natuurlijke parasol boven een bankje, het veiligheidsgevoel vergroten door de meerstammige tot op ooghoogte transparant te maken, de kroonvorm van de boom benadrukken, de structuur en diversiteit van de stammen meer zichtbaar maken voor de natuurbeleving, meer aantrekkingskracht als klimboom voor kinderen creëren.

Treurbomen

Treurbomen vereisen weinig beheer, de onderhoudssnoei komt neer op het verwijderen van dood hout. De schurende takken die bij treurbomen massaal aanwezig zijn, hoeven niet verwijderd te worden. Een treurvorm komt het meest tot zijn recht wanneer de takken tot op de grond groeien. Vaak wordt wel het onderste deel van de takken geschoren, om de ruimte onder de boom te benutten. Op latere leeftijd moeten met name treurwilgen worden ingenomen om het risico op uitbreken van de zware gesteltakken aan de buitenzijde te beperken. Wanneer deze snoei op tijd gebeurt, kan de habitus van de treurboom behouden blijven en is het niet nodig om takstompen te maken door middel van kandelaberen.

Zuilbomen

Zuilbomen

Door de groeivorm van zuilbomen ontstaan er vaak probleemtakken, zoals dubbele toppen, zuigers en plakoksels, die op tijd verwijderd moeten worden. Bij een aantal soorten moet de zuilvorm behouden worden door middel van het scheren van de boom. Deze soorten groeien in hun jeugd wel slank en opgaand, maar zakken op latere leeftijd meer en meer uit, waardoor de vorm ‘rommelig’ wordt. Sommige zuilbomen hebben bij vroege sneeuwval - wanneer het blad nog niet volledig gevallen is - veel last van uitbrekende takken. Een voorbeeld daarvan is de zuileik (Quercus robur ‘Fastigiate Koster’). De vrijwel verticale takstand van deze soort zorgt ervoor dat de takaanzet vergelijkbaar is met een plakoksel en dat de tak snel topzwaar wordt, waardoor deze uitbreekt. Het tijdelijk innemen van zijtakken is bij deze soorten daarom van belang.

Bolbomen

Bolbomen

Het snoeien van bolbomen verschilt per soort. Zo kan de bolacacia (Robinia pseudoacacia ‘Umbraculifera’) jaarlijks als een knotboom teruggesnoeid worden, maar behoeft de bolginkgo (Ginkgo biloba ‘Mariken’) geen onderhoud aangezien deze soort erg langzaam groeit. In het algemeen geldt dat de boom teruggesnoeid kan worden als de kroon te groot wordt of teveel zijn bolvorm verliest. Dit zien we goed bij de bolcatalpa Catalpa bignonioides ‘Nana’ op stam. Zonder regelmatig terugsnoeien zal een groot deel van de bol uitbreken. De snoei van bolbomen komt redelijk overeen met die van knotvormen.

Berceaus

Berceaus

Berceaus ook wel loofgangen genoemd, moeten minimaal eens per jaar worden geschoren om hun vorm te behouden mits de beplanting bestaat uit haagplanten. Om het gehele jaar een goed beeld te hebben, is ook hier twee keer per jaar snoeien wenselijk. Een jaarlijkse snoei kan het beste in de late zomermaanden plaatsvinden, tweejaarlijkse snoei het beste in juni en september. Aan de binnenzijde van de berceaus zullen nauwelijks takken groeien, omdat daar weinig licht toetreedt. Soms kan het noodzakelijk zijn aan de binnenzijde stamscheuten of wortelopschot te verwijderen. De meeste groei heeft een berceau aan de buitenzijde in de koppen van de bomen. Als er fruitbomen gekozen zijn voor de toepassing als berceau dan is de gekozen snoeiwijze die van leifruit.

Dakvormen

Dakvormen

Dakvormen maken verticale scheuten op de horizontale hoofdtakken aan. Deze moeten jaarlijks worden verwijderd om de dakvorm te behouden. Gebeurt dit niet, dan zal de dakvorm uiteindelijk een grote kroon gaan vormen. Er zijn ook zogenaamde geschoren dakvormen, waarbij de verticale scheuten op een bepaalde hoogte worden weggeschoren om de dakvorm te behouden. Dit kan bij bomen met fijn hout en klein blad, bomen met grof hout en groot blad lenen zich veel moeilijker voor het in vorm scheren. De snoei vindt plaats vanaf eind november, wanneer al het blad gevallen is. Bij platanen is het wenselijk te snoeien in het vroege voorjaar, wanneer de knoppen gaan zwellen en schuiven. Dakplatanen maken jaarlijks twijgen aan van wel twee meter, door de snoei in het vroege voorjaar wordt deze groei beperkt. Snoei platanen liever niet als ze in blad staan, omdat er dan een stof uit het blad vrijkomt die bij veel mensen allergische reacties veroorzaakt.

Kandelaber- en kandelaarvormen

Kandelaber- en kandelaarvormen

Sommige boomsoorten, zoals platanen en lindes, verdragen kandelaberen heel goed, andere soorten verdragen deze ingreep slecht. Beuken krijgen na kandelaberen verbrandingsverschijnselen op de bast en fruitbomen zullen na kandelaberen het eerste jaar geen vrucht dragen, zij bloeien namelijk op het tweejarige hout. In het algemeen is kandelaberen niet wenselijk voor een boom. Er ontstaan grote snoeiwonden, die veel tijd nodig hebben om te overgroeien. Na kandelaberen moet de boom iedere drie tot vijf jaar worden gesnoeid. Daarbij worden alle takken die op de stompen zijn ontstaan verwijderd. De aanhechting van deze takken is vaak erg slecht en wanneer ze niet frequent verwijderd worden, is de kans groot dat ze door hun eigen gewicht of bij storm uitbreken. De beste tijd om bomen te kandelaberen én om de takken van de stompen te verwijderen is in de late herfstmaanden, wanneer al het blad van de boom is en de suikers zijn opgeslagen in het hout.

Knotvormen

Knotvormen

Knotbomen moeten minimaal om de vijf jaar geknot worden. Gebeurt dit niet, dan wordt het gewicht van de takken te zwaar, waardoor ze kunnen uitbreken en de boom kan scheuren. Snoei knotbomen vanaf eind november, dan is al het blad eraf en zijn de bladsuikers opgeslagen in het oude hout. Dat geeft de boom in het voorjaar energie om weer goed uit te lopen.

Leivormen

Leivormen

Leibomen moeten jaarlijks tot de hoofdtakken worden teruggesnoeid om het beeld te behouden. De beste periode hiervoor is aan het einde van de herfst of het begin van de winter, wanneer de boom geen blad meer heeft en de structuur goed te zien is. Bovendien geeft de leiboom in de winter een mooier beeld als hij gesnoeid is. Snoei in het voorjaar is af te raden. Doordat de sapstroom dan op gang is gekomen, kunnen sommige soorten gaan bloeden, met alle problemen van dien.

Leischermvormen

Leischermvormen

Leischermvormen worden één tot twee keer per jaar geschoren om hun vorm te behouden. De frequentie is afhankelijk van de soort: een steeneik (Quercus ilex) zal slechts één keer per jaar gesnoeid hoeven te worden, een veldesdoorn (Acer campestre ‘Elsrijk’) dient twee keer per jaar gesnoeid te worden om mooi in vorm te blijven. Wanneer eenmaal gesnoeid wordt, kan dit het beste in de late zomermaanden plaatsvinden. De sterkste groei is dan voorbij en de boom blijft langere tijd zijn vorm behouden. Wordt er tweemaal gesnoeid, dan ligt de eerste snoeibeurt rond de langste dag.

Geometrische vormen

Geometrische vormen

Bijenkorf, bol, blok, cilinder, ei, kegel, piramide, schaal, trapezium, zuil

Vormbomen waarvan de kroon in een bepaalde geometrische vorm is geschoren, moeten minimaal eens per jaar worden geschoren om hun vorm te behouden. Om het gehele jaar een goed beeld te hebben, is twee keer per jaar snoeien wenselijk. Een jaarlijkse snoeibeurt kan het beste in de late zomermaanden plaatsvinden, tweejaarlijkse snoei het beste in juni en september.

Meld je aan voor onze nieuwsbrief.

×
Cookie instellingen

Stel hier uw cookie voorkeur in. Meer informatie over het gebruik van gegevens en de verschillende cookies vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.