+
Kennisbank: Snoeien en snoeiwijzer

Begeleidingssnoei

Begeleidingssnoei

Op onze kwekerij begeleiden wij een boom in zijn jeugd naar de uiteindelijk gewenste vorm, bijvoorbeeld een hoogstam, beveerde of meerstammige boom. Wanneer de bomen van de kwekerij naar hun uiteindelijke standplaats gaan hebben zij een evenwichtige kroonopbouw, dat wil zeggen dat alle zijtakken van de stam evenwichtig in dikte zijn en dat er geen probleemtakken zoals zuigers en dubbele toppen in de kroon aanwezig zijn. In de fase van begeleidingssnoei op de standplaats wordt de boom waar nodig begeleid van zijn tijdelijke kroon naar zijn definitieve takvrije stamlengte met definitieve kroon.

Tijdelijke en definitieve kroon

Het gewenste eindbeeld bepaalt welk deel van de kroon tijdelijk is en welk definitief. Een voorbeeld: Er wordt een hoogstam boom aangeplant in de openbare ruimte van totaal zes meter hoog met een takvrije stamlengte van twee meter. De uiteindelijk takvrije stamlengte moet vier meter worden om het verkeer niet te hinderen. Alle zijtakken onder die vier meter vormen de tijdelijke kroon, en worden  in de loop van de begeleidingssnoei verwijderd. Alle takken boven de vier meter is de definitieve kroon. Snoei in het tijdelijke deel wordt begeleidingssnoei genoemd, snoei in het definitieve deel onderhoudssnoei. Een beveerde boom die in een gazon vrijuit mag groeien met takken tot op de grond (beveerd) heeft dus geen tijdelijke kroon. Alle snoei aan een dergelijke boom valt onder onderhoudssnoei.

Begeleidingssnoei tijdens de nazorg

Begeleidingssnoei tijdens de nazorg

Met begeleidingsnoei beginnen we zodra de boom goed is aangeslagen en normale scheutlengte zet. Dit zal afhankelijk van de boomsoort in het tweede tot vierde jaar na aanplant zijn. Begeleidingsnoei moet altijd met mate gebeuren, dat wil zeggen dat er geen grote takken (dikker dan een pols) verwijderd worden. Moeten er wel grote takken worden weggesnoeid, dan is men te laat met ingrijpen en ontstaan er grote snoeiwonden die de boom verzwakken. Dergelijke grote ingrepen zijn bij een goed geleverde kwaliteit plantgoed zelden nodig. De beste tijd voor snoei is in de zomer, omdat de snoeiwonden in deze tijd van het jaar het snelst zullen herstellen en overgroeien. Snoei in het voorjaar is bij soorten die bloeden, zoals esdoorns (Acer), berken (Betula), haagbeuken (Carpinus) en walnoten (Juglans) sterk af te raden. De sapstroom komt in deze periode op gang en het gevaar bestaat dat deze bomen gaan ‘bloeden’ uit de snoeiwonden. Bij snoei in het najaar heeft de boom geen mogelijkheid om actief te reageren en vormen de snoeiwonden een bron voor indringende parasieten. Plan de interval van de begeledingssnoei eens in de twee tot drie jaar na aanplant, dan zijn de ingrepen zelden rigoureus.

Meld je aan voor onze nieuwsbrief.

×
Cookie instellingen

Stel hier uw cookie voorkeur in. Meer informatie over het gebruik van gegevens en de verschillende cookies vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.