Snoeien en snoeiwijzer
Het gewenste eindbeeld bepaalt welk deel van de kroon tijdelijk is en welk definitief. Een voorbeeld: Er wordt een hoogstam boom aangeplant in de openbare ruimte van totaal zes meter hoog met een takvrije stamlengte van twee meter. De uiteindelijk takvrije stamlengte moet vier meter worden om het verkeer niet te hinderen. Alle zijtakken onder die vier meter vormen de tijdelijke kroon, en worden in de loop van de begeleidingssnoei verwijderd. Alle takken boven de vier meter is de definitieve kroon. Snoei in het tijdelijke deel wordt begeleidingssnoei genoemd, snoei in het definitieve deel onderhoudssnoei. Een beveerde boom die in een gazon vrijuit mag groeien met takken tot op de grond (beveerd) heeft dus geen tijdelijke kroon. Alle snoei aan een dergelijke boom valt onder onderhoudssnoei.