Vormbomen
Het verschil tussen boomvormen en vormbomen kenmerkt zich doordat de eerste gaat over de natuurlijke vorm van de boom. Een boomvorm kan dus een zuilvormige boom zijn. Vormbomen daarentegen worden gevormd door intensieve snoei. Een voorbeeld kan een leipeer zijn welke regelmatig wordt gesnoeid en geleid langs een leirek.
Vormbomen vragen om een regelmatige snoeibeurt. Door de uitlopers steeds te snoeien wordt de boom wel dikker, maar niet groter in zijn totale omvang. Handig voor de kleinere (stads)tuin maar ook een goede oplossing als de boom bepaalde functies moet verrichten. Vormbomen kunnen worden geplant als een zuilenrij om een groen plafond te krijgen, om de wind te keren of om te dienen als zonnescherm. Ook het aanleggen van een groene wand - door het planten van ‘een haag op pootjes’ - is een mooie oplossing tegen inkijk en het creëren van privacy.
Lees meer over vormbomen in dit blogartikel.
Bij dakvormen is de kroon van de boom geleid tot een horizontaal vlak. Er ontstaat een natuurlijke parasol. Dakvormen worden toegepast op plaatsen waar een hoge boomkroon niet wenselijk is.
Het knotten van bomen is in feite de gehele kroon van een boom verwijderen. Aan de randen van de snoeiwonden vormen zich vervolgens jonge takken. Het knotten van bomen is een oud gebruik; het dikkere hout en de twijgen werden gebruikt om bijvoorbeeld bezemstelen te maken, manden te vlechten, klompen te maken en huizen te bouwen. Knotbomen zijn prachtige landschappelijke bomen met een grote ecologische waarde.
Kandelaberen houdt in dat alle zijtakken van een boom afgezaagd worden tot zo’n één à twee meter vanaf de stam, meestal in een piramidale kroonopbouw. De boom loopt op de geknotte takken weer uit en vormt een compacte, dichte kroon. Kandelaberen is een ingrijpende vorm van snoei en kan om de volgende redenen worden toegepast: Om een grote boom te verplanten. Aangezien een grote boom bij het verplanten een groot deel van zijn wortels verliest, moet eveneens een groot deel van de kroon worden verwijderd om de boom een kans van slagen te geven.
Om een boom te behouden op zijn standplaats: Als een boom een te grote kroon heeft gekregen voor de plaats waar hij staat - met andere woorden als de boom niet op de juiste plaats staat - kan kandelaberen een manier zijn om de boom te behouden en de problemen die zijn ontstaan door de te grote kroon op te lossen.
Om een boom te behouden na stormschade: Oudere bomen die in de kroon zware stormschade of schade aan de wortels hebben opgelopen kunnen worden gered door kandelaberen.
Om een bepaald sfeerbeeld te verkrijgen: Wanneer een boom op de kwekerij wordt begeleid tot een gekandelaberde vorm, ontstaat er een knoestige karakteristieke boom. Dit beeld is compleet anders dan dat van een volwassen boom die altijd een volledige kroon heeft gehad en dan wordt gekandelaberd.
Naast de kandelabers die op de kwekerij worden gevormd heeft Boomkwekerij Ebben kandelaars. Deze vormbomen hebben zware gesteltakken die in één punt op de stam samenkomen. De takken eindigen in prachtige knoesten, die iedere jaar geknot worden waardoor de structuur steeds mooier wordt.
Leivormen zijn bomen waarvan de hoofdtakken horizontaal zijn geleid in een plat vlak. Deze vormbomen worden veelal toegepast op plaatsen waar weinig ruimte is of worden geplant met het architectonische doel bepaalde lijnen te versterken. Leibomen zijn al eeuwen in gebruik. In het landschap zijn nog talloze oude, grillige exemplaren te vinden bij boerderijen. Meestal zijn dit lindebomen, die werden aangeplant als zonwering in de zomer en windbreking in de winter. Leibomen zijn onder te verdelen in leibomen op stam, en lage leivormen zonder stam of met een minimale stam.
Bij een schermvorm is de kroon van de boom tot een dicht verticaal scherm gesnoeid en ontstaat er als het ware een haag op een stam. Schermvormen worden wel eens verward met leivormen, doordat de schermvormen vaak gemaakt zijn van volgroeide leibomen. De leiboom wordt dan niet meer jaarlijks teruggesnoeid tot de hoofdtakken, maar geschoren als een haag. Na verloop van tijd ontstaat een schermvorm, die ook wel leiblokvorm wordt genoemd. Bomen worden echter ook zonder eerst uit te leiden tot schermvorm gekweekt. Ook de schermvormen zijn onder te verdelen in schermvormen op stam en schermvormen vanaf de grond. Beide vormen worden toegepast om privacy te verkrijgen, af te schermen, op te delen of te beschutten.
Een meerstammige parasol is gevormd uit een meerstammige boom waarvan de kroon aan de onderzijde in een horizontaal vlak wordt gesnoeid. Zo ontstaat er een prachtige, natuurlijke parasol, bijzonder geschikt voor (dak)tuinen en parken.
Van een meerstammige dakvorm wordt de gehele kroon tot een horizontaal vlak gesnoeid. Deze dakvormen zijn bij uitstek geschikt als schaduwbomen op plaatsen waar weinig ruimte is voor een hoge kroon, terwijl de structuur van de stammen extra beleving op ooghoogte geeft.
Een berceau wordt ook wel een loofgang genoemd en is een poort of tunnel gemaakt van beveerde bomen die met de toppen aan elkaar verbonden worden. De berceau is zowel aan de zijkanten, als aan de bovenkant gesloten. Soms worden er doorkijkjes - ramen naar de omgeving - in de berceau gecreëerd. In vroeger tijden gaven de berceaus dames van stand de mogelijkheid een wandeling door de tuin te maken zonder dat zij aan de zon werden blootgesteld.
Hagen bestaan uit beveerde planten, waarvan een haagstructuur gemaakt kan worden. Na aanplant worden de planten voor het eerst gesnoeid, de toppen en de zijkanten worden gelijk gemaakt, zodat de planten samen gelijkwaardig opgroeien tot een mooie, dichte haag. Haagelementen zijn volledig voorgevormd op de kwekerij. Na aanplant vormen zij direct een dichte haag en is minimale snoei nodig om ze gelijk in hoogte en breedte te maken.
Deze vormbomen ontstaan door de kroon vanaf de jeugdfase in een bepaalde geometrische vorm te scheren, zoals een bol, kubus, cilinder, bijenkorf of trapezium. Deze vormbomen zijn door hun uitstraling zowel in klassieke als moderne ontwerpen goed toe te passen. Bovendien zijn geschoren vormbomen bovengronds goed in bedwang te houden en is er door het beperkte bovengrondse volume ook ondergronds minder ruimte nodig. Enkele voorbeelden van geometrische vormen zijn: bijenkorf, bol, blok, cilinder, ei, kegel, piramide, schaal, trapezium en zuil.