Plantgat voorbereiding
De juiste afmetingen voor een plantgat zijn minimaal een keer zo breed als de kluit en even diep als de hoogte van de kluit. Een plantgat dient zorgvuldig gegraven te worden. Meestal wordt dit machinaal gedaan, waarbij het van belang is dat de wanden van het plantgat niet glad worden afgestoken. Vooral bij een natte bodem en bij klei- of leemhoudende bodems worden de wanden al snel dichtgesmeerd, waardoor de nieuwe wortels er niet in kunnen doordringen. In dat geval moeten de wanden van het plantgat los worden gestoken.
Wordt het plantgat met een kraan gemaakt, dan heeft de zogenaamde tandenbak de voorkeur, zodat dichtsmeren wordt voorkomen. De bodem van het plantgat moet goed worden doorgespit om diepere doorworteling mogelijk te maken en de capillaire opstijging van het grondwater te bevorderen. Vervolgens dient de doorgespitte laag weer aangedrukt te worden om teveel nazakken van de grond - en daarmee de boom - te voorkomen. Let wel op dat er nooit door de hoogste grondwaterstand wordt gespit, blijf daar minimaal vijftien centimeter boven.