+
Kennisbank: Overbewatering

Overmatige watergift

Overmatige watergift

Weersextremen maken boomaanplant steeds intensiever. Na droge jaren volgden extreem natte jaren, waarbij hoge grondwaterstanden zelfs op zandgronden voor wateroverlast zorgen. Overbewatering ontstaan door neerslag niet alleen door regen, maar soms ook door te veel gietwater leidt tot wortelrot, zuurstofgebrek en verminderde stabiliteit. Zonder zuurstof in de bodem wordt wortelgroei belemmerd en nemen ziekten toe. Een goede drainage, afgestemd op bodemtype en klimaat, is cruciaal voor gezonde bomen. Evenwicht tussen vocht, zuurstof, licht, voeding en bodemleven is essentieel. Overmatige watergift tast niet alleen jonge aanplant aan, maar ook gevestigde bomen kunnen ernstige schade oplopen. We helpen je graag opweg om de symptomen van overbewatering makkelijk te herkennen.

Symptomen van overbewatering

Symptomen van overbewatering

Het eerste symptoom van te veel water is verkleuring in het blad, dat dof wordt. De vervolgverschijnselen lijken allemaal sterk op verdroging, simpelweg omdat bij wortelrot de boom geen vocht meer op kan nemen en dus in feite verdroogt. Bij droogte zien we de schade vanaf boven in de buitenste kroondelen naar binnen keren, bij een te natte situatie is dit precies andersom. Daar verspreidt de schade zich vanuit het hart van de kroon naar buiten toe en zijn vaak de toppen van de takken nog fris groen.

Bladverliezende bomen op een te natte standplaats vertonen vaak de volgende symptomen:

  • Verwelkte bladeren: ondanks voldoende vocht kunnen de bladeren toch slap gaan hangen. De oorzaak hiervan is een zuurstoftekort bij de wortels en mogelijk zelfs wortelrot, waardoor vochtopname onmogelijk is geworden. Dit leidt tot verwelking van de bladeren.
  • Bladverkleuring: de boom vertoont bruine bladrand en vergeling. Overbewatering kan leiden tot voedseltekort, voornamelijk doordat essentiële voedingstoffen van de wortels wegspoelen.
  • Vroegtijdig bladval en verdorring: een belangrijk kenmerk van verdroging is afsterven van de jonge scheuten, inclusief bladeren. Dit kan echter ook een kenmerk zijn van te veel water. Zowel bij over- als onderbewatering zijn dit tekenen van een stressreactie van de boom.
  • Wortelrot: aan vrijwel alle symptomen ligt een slechte conditie van de wortelzone ten grondslag, met wortelrot tot gevolg. Door voorzichtig de grond rond de wortels weg te graven, komen deze bloot te liggen; zwarte wortels zijn een teken dat ze zijn aangetast door wortelrot. Vaak zijn er ook schimmels (honingzwam) te zien die een negatieve invloed op de wortels hebben en goed gedijen onder de zuurstofarme omstandigheden. Wortelrot is ook herkenbaar als een muffe geur, met soms de kenmerkende stank van rotte eieren.
  • Overige ziekten: ook ziekten als phytoptera en verticilium komen veelvuldig voor bij een te grote watergift. De eerste is een waterschimmel en voorloper van wortelrot. De tweede een verwelkingsziekte blokkeert de houtvaten en veroorzaakt verwelking.

Zorg voor een optimale groeiplaats

Het ligt misschien voor de hand maar een goede inrichting van de groeiplaats is essentieel. Hiervoor zijn een aantal zaken belangrijk in en rondom het plantgat:

Drainage; een goede waterafvoer, ofwel drainage, is hier een belangrijk onderdeel van. Dit doe je onder andere door verticale gaten te boren met een grondboor en deze te vullen met lavasubstraat. Overvloedige drainage kan ook verdroging van de boom veroorzaken. Het kan ook helpen om betere aanplantgrond rond de wortels aan te brengen. Dit kan bomenzand zijn of een mycorrhiza-houdende aanplantgrond. Ook storende lagen kort onder het plantgat kunnen waterafvoer belemmeren. Door middel van een grondboring is dit te constateren.

Zuurstofpercentage; zuurstofvoorziening rond de wortelzone is essentieel voor een goede ontwikkeling van het wortelgestel. Met name bij aanplant in een versteende omgeving zoals straten en pleinen speelt dit een grote rol. Ook door verdichting van de grond rond het wortelpakket door verkeer of machines daalt het zuurstofgehalte. Een zuurstofpercentage tot 12% veroorzaakt verroting. Tussen de 12 en 18% stagneert de wortelgroei en bij meer dan 18% groeit het wortelgestel. Bomen leven in symbiose met schimmels die nodig zijn voor de voedingsopname. Deze schimmels zijn ook zeer gevoelig voor zuurstofgebrek. Om die reden neemt ook de opname van voedingsstoffen af zodra de boom een tekort aan bodemventilatie ondervindt. Aanplant in grond met voldoende humusrijk materiaal zorgt voor een herstelde balans. Verse compost mag echter nooit door de grond gemengd worden: het verteringsproces van compost of houtsnippers onttrekt zuurstof uit de bodem. Bij toepassing van verteerde compost is het verstandig niet meer dan 10% door het plantgat te mengen i.v.m. het onttrekken van te veel zuurstof aan de bodem

Vochtgehalte; bij aanplant is het belangrijk dat de grond vochtig is, maar niet meer dan dat. Het planten van een boom in een met water volgelopen plantgat is zeer sterk af te raden. Ook het bewerken van natte gronden alvorens het planten is niet aan te raden, omdat dit de grond verdicht. Door verdichting in met waterverzadigde grond kunnen zelfs ‘slechte’ schimmels – zoals verticillium – tot ontwikkeling komen. Voor optimale aanplantresultaten is het aan te raden om altijd in droge omstandigheden te werken.

Omgaan met natte locaties

Omgaan met natte locaties

Op veel plekken waar bomen het in dit natte jaar niet overleven komt dit door de groeiplaatsomstandigheden. Dit kan zijn doordat er toch in natte omstandigheden is gewerkt waardoor de bodemstructuur verpest is. Het kan ook zijn dat de boom te diep geplant is ten opzichte van het maaiveld en/of het grondwater. Door de compleet natte groeiplaats en het gebrek aan zuurstof wortelt de boom niet uit zijn kluit en maakt te weinig of geen haarwortels aan, welke cruciaal zijn voor de opname van vocht en voeding. Ook kan een kluit bestaande uit een andere grondsamenstelling dan de omliggende bodem verdrogen doordat deze geen water opneemt. Natte locaties zijn vaak heel lokaal en het vochtpercentage van de kluit moet daarom altijd los gezien worden van de omliggende grond.

De meest eenvoudige manier om rekening te houden met natte omstandigheden is door de bomen aan te planten op een terpje: zorg dat de onderkant van de kluit altijd boven het hoogste grondwaterpeil geplant wordt. Hierdoor loopt het water altijd van de kluit af en krijgen de wortels altijd voldoende zuurstof bij een hoge grondwaterstand.

Het kiezen van de juiste boomsoort

Er zijn bepaalde boomsoorten (veelal met vlezige wortels) te onderscheiden die het moeilijker hebben met natte weersomstandigheden en structuurloze bodems. Dit zijn Fagus sylvatica (gewone beuk), Sorbus (lijsterbes), Prunus (kers), Acer (esdoorns) en Juglans (walnoot). Dit betekent niet dat deze niet meer toegepast kunnen worden; wel is het verstandig natte situaties te vermijden. Extra aandacht voor de groeiplaats en grondtypen maken het mogelijk om deze bomen te blijven toe te passen.

Sommige boomsoorten zijn zeer adaptief en kunnen overstromingen aan. Vaak zijn dit slechts kortstondige overstromingen en staan bomen dan al langer vast. Echte krachtpatsers die beter tegen langdurige overstroming kunnen zijn Salix (wilg), Alnus (els) Taxodium (moerascipres), Populus (populier) en Ulmus (iep). Voor situaties waar blijvend natte omstandigheden verwacht worden kan beter gekozen worden voor het aanplanten van jonge bomen omdat deze met natte omstandigheden makkelijker kunnen omgaan. De juiste boomsoort kiezen voor natte situaties kan eenvoudig in de TreeEbb.

Meld je aan voor onze nieuwsbrief.

×
Cookie instellingen

Stel hier uw cookie voorkeur in. Meer informatie over het gebruik van gegevens en de verschillende cookies vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.