+
Kennisbank: Watergeven aan recente aanplant

Tips voor een goede watergift

Tips voor een goede watergift

- maak een gietrand om het afvloeien van water te voorkomen.
- geef water in enkele grote beurten i.p.v. vele kleine beurten.
- controleer d.m.v. een grondboor het vochtgehalte en of het water wel de grond in dringt.
- prik gaten in de bodem om het water beter de grond in te laten trekken.
- geef bij voorkeur ’s avonds water, dan is het koeler en verdampt er minder.
- na de watergift zie je pas na minimaal 12 uur resultaat.
- hou de droogte symptomen van de boom in de gaten en pas de watergift daarop aan.
- op weekbasis hanteren, 3x in de week watergeven met daartussen twee dagen geen watergift.
- de grond moet tijd krijgen om te drogen, op temperatuur te komen en de wortels moeten lucht krijgen.

De juiste boom op de juiste plek

De basis van het slagen van een jonge aanplant is de juiste soortkeuze. Je kan watergeven wat je wil, maar als de gekozen boomsoort een voorliefde heeft voor natte klei en aangeplant is op een lichte zandgrond dan creëer je een hoop werk met een teleurstellend resultaat. Iedere geslaagde aanplant begint met een grond analyse, door gebruik van een grondboor kun je een beeld krijgen van de grondsoort en mogelijke storende lagen. Vervolgens wordt daar de soortkeuze op gebaseerd, deels afhankelijk van het wortelpatroon. Zo zijn bomen met een penwortel geschikt voor droge grond omdat ze dieper kunnen wortelen.

Bewateren is maatwerk

Bewateren is maatwerk

Bij zowel een tekort als overschot aan water zal de boom sterven doordat er in het geval van overschot geen zuurstof meer bij de wortels kan komen. De hoeveelheid water en de frequentie van water geven moet daarom continu worden aangepast aan de omstandigheden. Om te bepalen of de bodem droog is en de boom water nodig heeft, is het niet voldoende de bodem aan de oppervlakte te bekijken. Door een regenbui kan de bodem vochtig genoeg lijken terwijl de diepere laag uitgedroogd, of door een korte droogteperiode kan de bodem te droog ogen terwijl de diepere laag vochtig genoeg is. Om het werkelijke vochtgehalte te bepalen moet gekeken worden naar het vochtpercentage op vijftien centimeter diepte. De controle van de vochttoestand is tijdens de hele periode dat de boom in blad staat van belang.

Hoe geef je een boom water?

Hoe geef je een boom water?

Je kunt bomen op verschillende manieren water geven, met de hand of automatische watergift (irrigatie). De kern van een goede watergift is de juiste hoeveelheid en het aantal gietbeurten (interval). Het is raadzaam om te beginnen met het aanleggen van een aarden dijkje rondom de kluit of het plaatsen van een gietrand. Dit voorkomt dat de watergift direct van de kluit afstroomt. Deze is bij voorkeur tien centimeter groter dan de doorsnede van de kluit en steekt 15 tot 30 centimeter boven maaiveld uit. Het is verder zaak de kluit gelijkmatig rondom van water te voorzien, de grond de tijd te gunnen het water op te nemen en liever een grote hoeveelheid water in een keer bij de boom te gieten dan meerdere kleine gietbeurten in te plannen.  Bij een grote watergift op de kluit zal door de druk het water dieper de grond in trekken. Onder extreem hete weersomstandigheden kan vaker water gegeven worden, maar minimaal met een droge interval van drie dagen zodat de grond nog kan opdrogen en wortels zelf op zoek gaan naar water. Bij kleinere struiken en haagbeplanting kan het tijdens lange hete perioden ook verstandig zijn de boomkroon water te geven, dit koelt de bladeren af, spoelt ze schoon van luchtvervuiling en omdat de bladeren in staat zijn water op te nemen heeft het invloed op de vochtbalans. Doe dit bij voorkeur in de vroege ochtend zodat de bladeren gedurende de dag opdrogen en minder bevattelijk zijn voor schimmelaantastingen.

Water afgifte en interval

Water afgifte en interval

De hoeveelheid te geven water en de tijd tussen de gietbeurten in is afhankelijk van meerdere factoren daarom adviseren we alleen een algemene richtlijn welke voldoet, mits je de symptomen van vocht te korten in de gaten houdt. Een boom gaat vocht verdampen vanaf het moment dat de knoppen gaan zwellen en schuiven. De hoeveelheid te geven water varieert gedurende het groeiseizoen en is afhankelijk van het groeistadium en kroonvolume van de boom. Als een boom net in blad komt vraagt die minder water dan als die vol in blad staat midden in de zomer. Het aantal gietbeurten en de tijd tussen gietbeurten in (interval) is niet kalender maar wel droogte gebonden. Loopt de temperatuur op dan neemt de verdamping toe en ook het aantal gietbeurten.  Onder extreem warme omstandigheden kan watergeven zelfs twee maal per week nodig zijn. Vanaf het tweede jaar na aanplant kan de watergift verminderd worden. In het derde groeiseizoen volstaat het water geven veelal tot enkele malen per seizoen als het gedurende enkele weken droog is.

Bewatering via beluchtingsbuizen

Bewatering via beluchtingsbuizen

Bomen die in een stedelijke omgeving zijn aangeplant en waarvan het plantgat deels onder een verharding ligt krijgen vaak een beluchtingsbuis mee bij aanplant. Het is een flexibele buis met verticale perforaties dat er voor zorgt dat er zuurstof uitwisseling is met de bodem en dat er schadelijke gassen uit de bomen worden afgevoerd, veelal ontstaan door vertering van organisch materiaal. Het systeem is er primair voor om er voor te zorgen dat er het juiste zuurstofgehalte rond de kluit ontstaat aan de onderkant van het wortelpakket. De uiteinden van het beluchtingssysteem steken boven de grond uit. Bij extreem droog weer kun je er voor kiezen om tijdens een gietbeurt de slang voor de watergift in de beluchtingsbuis te stoppen. Het voordeel hiervan is dat het water direct bij de wortelzone terecht komt. Als hier incidenteel voor gekozen wordt zeker bij extreme droogte kan het een prima methode zijn om water te geven. Echter kan dit ook nadelig gaan werken. De bovenkant van de kluit zal extra uitdrogen en dit is nou net de plek met veel fijne haarwortels waar de boom veel vocht op kan opnemen. Ook kan watergift via de beluchtingsbuis het effect tegengaan waarvoor het bedoelt is, door het toegediende water neemt het zuurstofgehalte af waar het juist nodig is. Kortom, een enkele keer watergeven via de beluchtingsbuis is prima maar let hierbij wel op dat de kluit ook van bovenaf bevloeid om uitdrogen midden in de kluit te voorkomen. Het is sterk af te raden bij iedere gietbeurt gemakshalve de slang in de beluchtingsbuis te stoppen.

Het vochtgehalte van de bodem

Het vochtgehalte van de bodem

Een goede test om te kijken of er vocht behoefte is voer je eenvoudig uit door het controleren van de vochttoestand van de bodem. Neem op ± 15 cm diepte een deel grond uit de kluit in de hand. Indien de bodem erg droog aanvoelt en in droge delen uiteen valt dient er water te worden gegeven. Indien de droogte aanhoud en een gietbeurt uitblijft gaan bladranden krullen en ontstaan er geelbruine bladranden. Als de grond zich tot een bal laat knijpen is de bodem op een juist vochtgehalte. Als er bij het knijpen water uit de grond komt is de bodem te vochtig en is er gevaar voor verdroging door wortelrot, indien dit aanhoud uit dit zich door geel verkleuring van blad. Symptomen van te natte bomen lijken sterk op te droge bomen. Echter is het symptoom andersom, bij verdroging verdorren de bladeren van de rand van de kroon (kruin) naar binnen toe. Bij een te natte bodem is het beeld verdroging van de hart van de kroon naar buiten toe richting de kruin. Bomen in verharding hebben meer behoefte aan extra watergiften dan bomen onder meer natuurlijke omstandigheden zoals in een plantvak, mogelijk ook nog na drie groeiseizoenen, hou hier rekening mee tijdens de nazorg.

Afwijkende watergiften

Afwijkende watergiften

Bij een aantal boomsoorten is het verstandig extra aandacht te geven aan een juiste watergift. Als voorbeeld een vers geplantte taxushaag in het voorjaar, de planten hebben een relatief kleine kluit en veel bladmasssa. Ze verdampen dus veel vocht en hebben het moeilijk bij een droge periode in het voorjaar zeker met een droge wind. Verdroging staat op de loer. Het is hoe dan ook verstandig wintergroene soorten extra water te geven de eerste maanden na aanplant. Tijdens een droge periode kan het bij naaldbomen aan te bevelen zijn om tegen de avond water over de kronen te sproeien zodat de verdamping door de naalden beperkt wordt.

Computergestuurde watergift

Computergestuurde watergift

Bij gebruik van een beregeningsinstallatie (irrigatiesysteem) wordt de watergift computer gestuurd. Via verbinding met lokale weerstations en een tijdklok kan water worden gegeven aan een vooraf ingesteld programma met bijsturing bij extreme weersomstandigheden. Als de literteller ook zijn data per gietbeurt doorgeeft dan heeft dit als voordeel dat je een waarschuwing krijgt bij een storing. Via een ondergrondse waterleiding komt het water in het plantvak bij de boom waar d.m.v. een druppelaar het water heel gericht bij de kluit komt. Ook als het regent kan het verstandig zijn dit te hanteren. Bij regen valt het water op de boomkroon net buiten de wortelzone van de kroon. Hierdoor kan bij een regenbui toch vocht te kort rond de wortelzone ontstaan. Dit is heel verraderlijk want je verwacht niet dat een boom  tijdens regen vochttekort heeft. Ook druppelslangen worden steeds meer gebruikt, zeker als er meerdere bomen bij elkaar staan is dit een effectieve manier om water te geven. Zorg bij deze vormen van watergeven dat de hoeveelheden kloppen; het is visueel veel moeilijker in te schatten hoeveel water er daadwerkelijk gegeven wordt. Ook kunnen de gaatjes van druppelslangen verstopt raken waardoor de boom onverwacht droogtestress krijgt. Om te zorgen dat de bomen in een beplantingsplan de juiste hoeveelheid water krijgen en de overige beplanting niet te veel is het noodzaak om de bomen een aparte zone te geven los van de beplanting.

Toepassing bodemsensoren

Toepassing bodemsensoren

Bij veel aanplant van bomen komen we steeds meer de toepassing van bodemsensoren tegen. Deze sensoren verzamelen continu data en geven zo een goede indicatie van de lokale vochtpercentages weer. Op afstand kan via een dashboard de data worden uitgelezen en de watergift worden aangestuurd. Bij gebruik van een irrigatiesysteem, bijvoorbeeld op een daktuin, kunnen de sensoren ook direct de irrigatie aansturen om zo op een zo effectief mogelijke manier met water om te gaan. De voordelen van het gebruik van sensoren zijn: kan inboet voorkomen door tijdig te signaleren bij vochttekort, besparen op gietbeurten door niet op basis van een planning water te geven maar op basis van de behoefte.

Belangrijk om te weten bij de toepassing van bodemsensoren is dat het enkel en alleen het vochtpercentage in de bodem weer wordt gegeven op de plek waar de sensor in de grond zit en dat alle data uit de sensoren slechts indicatief zijn. Door alleen op de sensoren te vertrouwen kan het een vertekend beeld geven. Als het vochtig is rond de sensor wil het niets zeggen over de conditie van de boom zelf, hiervoor is nog steeds een controle ter plaatse nodig. Ook van belang is de juiste plaatsing van de sensor. Dit moet zo kort als mogelijk bij de wortels van de bomen zijn buiten de gietrand. Ook kan het een optie zijn om de sensor te koppelen aan een lokaal weerstation. Hiermee kun je anticiperen op de lokale weerscondities en zo optimaal mogelijk het juiste irrigatiemoment te bepalen.

Meld je aan voor onze nieuwsbrief.

×
Cookie instellingen

Stel hier uw cookie voorkeur in. Meer informatie over het gebruik van gegevens en de verschillende cookies vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.