Insecten: bast- en houtboorders
De eikenprocessierups (Thaumetopea processionea) is een rups die einde lente en de zomer veel voorkomt op eikenbomen. De rupsen leven in grote groepen en verplaatsen zich in karakteristieke ‘processies’ op en rond de boom en is te herkennen aan zijn lichtgrijze met oranje wratjes en behoorlijk lange haren. Ze vreten de jonge eikenbladeren op en bezorgen allergische klachten bij mensen die rond de boom komen door het loslaten van zogenaamde ‘brandharen’. Die kunnen bij mens en dier ernstige irritaties veroorzaken, zoals jeuk, rode vlekken, huiduitslag en ademhalingsproblemen. De rupsen vormen nesten van spinsels op stammen en takken welke als enorme ballen aan de takken hangen. Vooral op drukbezochte plekken zoals parken, langs fietspaden en wandelpaden zijn beheersmaatregelen nodig. De nesten worden handmatig verwijderd d.m.v. een krachtige stofzuiger. Ook kunnen jonge larven worden gedood op een natuurlijke manier door het inzetten van nematoden die in de boom gespoten worden. De langdurige bestrijding zal zijn het bevorderen van de aanwezige natuurlijke vijanden en de ecologie bevorderen door het plaatsen van nestkasten, extensief bermbeheer en een gevarieerde ondergroei van houtige gewassen.
De perenprachtkever (Agrilus sinuatus) is een inheemse kever welke een roodkoperkleurige schild heeft en 8 tot 10 mm groot is. De kever is voornamelijk te vinden op bomen en struiken uit de familie van de Rosaceae (Rozenfamilie) o.a. Pyrus, Sorbus en Crataegus. De schade ontstaat doordat de larven zich ontwikkelen onder de bast van verzwakte bomen. Het begin van het schadebeeld is groeivertraging en taksterfte. De kever komt alleen af op verzwakte bomen, de beste preventiemaatregel om te voorkomen dat er aantastingen ontstaan zijn maatregelen om de bomen gezond te laten groeien, dus goede groeiplaats en afdoende nazorg in de eerste jaren na aanplant.