Verwelkingsziekten
Bacterievuur is een ernstige bacterieziekte die alle bomen en struiken uit de rozenfamilie (Rosaceae) aantast, zoals sier(peren) en appels (Pyrus en Malus), lijsterbessen (Sorbus), meidoorns (Crataegus) en kweeperen (Cydonia). De ziekte komt regelmatig voor en kan grote schade veroorzaken bij aanplant van deze soorten. De bacterie dringt binnen via bloemen, wonden of natuurlijke openingen. Eenmaal geïnfecteerd verspreidt die zich snel door het vaatstelsel van de plant. Besmette scheuten verkleuren zwartbruin en buigen vaak krom, wat doet denken aan een herdersstaf, een klassiek herkenningsbeeld. Bladeren en bloemen verwelken, maar blijven vaak nog aan de tak hangen waardoor er een prop gestorven blad aan het einde van de tak te zien is alsof het verbrand of verschroeit is, vandaar de naam bacterievuur. In vochtige en warme omstandigheden kan een kleverig, melkachtig slijm uit geïnfecteerde delen komen, dat nieuwe besmettingen veroorzaakt via insecten, regen of gereedschap. De ontwikkeling van bacterievuur wordt bevorderd door warm, vochtig weer in het voorjaar en de zomer. De bacterie overleeft in donkere, kankerachtige delen op de takken, van waaruit ze in het volgende groeiseizoen opnieuw actief wordt.
Bestrijding en preventie: richt zich vooral op preventie en hygiëne. Aangetaste delen kunnen het beste ruim (30–50 cm in gezond hout) worden verwijderd en vernietigd. Snoeigereedschap moet na gebruik per snede worden gedesinfecteerd om verdere verspreiding te voorkomen. Er bestaan geen effectieve bestrijdingsmethoden; daarom is vroegtijdige herkenning en snelle verwijdering essentieel. Bij de keuze van beplanting kan worden uitgeweken naar minder gevoelige soorten of resistente cultivars, om het risico op aantasting te beperken