“De Debeka Campus is een voorbeeld van hoe beplanting, architectuur en gebruiksgemak samen een toekomstbestendige, gezonde en inspirerende werkomgeving vormen.”
Een groene campus als verbindende schakel tussen architectuur, biodiversiteit en welzijn
Door het vrijkomen van een terrein van ruim 9.200 m² tegenover de hoofdvestiging van Debeka in Koblenz, ontstond een unieke kans: het samenbrengen van verschillende bedrijfsonderdelen op één centrale campus. Vanaf het begin stond daarbij de ambitie centraal om een samenhangend ensemble te creëren, waarin architectuur, landschap en gebruikservaring elkaar versterken.
In samenwerking met de Debeka-groep is een integrale campusvisie ontwikkeld waarin nieuwbouw en bestaande bebouwing niet als losse gebouwen functioneren, maar als één herkenbaar geheel. Het ontwerp won de eerste prijs in de tweefasige ontwerpwedstrijd dankzij de sterke combinatie van stedenbouw, architectuur en landschapsontwerp.
Van verkeersruimte naar groene campus
De bestaande Debeka-locaties werden oorspronkelijk van elkaar gescheiden door een straat. Nu is er gekozen voor een andere benadering: een verkeersluwe campus waarin voetgangers centraal staan en buitenruimten naadloos in elkaar overlopen.
Door verkeersstromen te verleggen en delen van het terrein te ontharden, ontstaat een open en groene campusomgeving die de verschillende bouwdelen visueel en functioneel met elkaar verbindt. Nieuwbouw en bestaande gebouwen worden hierdoor ervaren als één helder georganiseerd ensemble met een sterke eigen identiteit.
De campus vormt niet alleen een hoogwaardige werkomgeving, maar ook een uitnodigende groene ruimte die gedeeltelijk publiek toegankelijk is gemaakt.
Groen als drager van verblijfskwaliteit
Centraal voor de nieuwbouw ligt een ruim opgezet plein met zitplekken en informele ontmoetingsruimten. Verharde zones en groene plantvakken vloeien in elkaar, waardoor een zachte overgang ontstaat tussen gebouw en landschap. Strategisch geplaatste bomen zorgen voor schaduw en verkoeling tijdens warme periodes.
Ook de buitenruimte van het kinderdagverblijf is zorgvuldig geïntegreerd in het ontwerp. Hier ontstaat een beschutte tuin met natuurlijke speelaanleidingen zoals reliëf, rotsen, terrassen, zand- en speelelementen. De ruimte stimuleert beweging, ontdekking en motorische ontwikkeling binnen een veilige, groene omgeving.
Een groene verbinding op hoogte
Op de tweede verdieping vormt een groene as de verbinding tussen de nieuwbouw en het bestaande hoofdkantoor. De daktuin biedt medewerkers ruimte voor ontspanning, ontmoeting en informele vergaderingen in het groen.
Twee ruime terrassen worden begeleid door verhoogde plantvakken met meerstammige Osmanthus heterophyllus als beeldbepalende bomen. Onderbeplanting van Ilex, bloeiende vaste planten en siergrassen zorgt voor structuur en seizoensbeleving, terwijl het weidse uitzicht over de omgeving de daktuin tot een aantrekkelijke verblijfsplek maakt.
Strak geordende plantvakken en beplanting van verschillende hoogtes versterken de architectuur en brengen tegelijkertijd rust en een menselijke schaal binnen het campusensemble.
Ook de zichtbare dakvlakken van bestaand en nieuwbouw zijn extensief vergroend. De groendaken leveren een bijdrage aan regenwaterbuffering, verkoeling, biodiversiteit en een aangenaam binnen- en buitenklimaat.
Bomen als ruimtelijke en klimatologische bouwstenen
De bomen spelen een centrale rol in de beleving van de campus. Op termijn vormen de boomkronen een groen bladerdak boven de verblijfsruimten, waardoor beschutte plekken ontstaan met een aangenaam microklimaat. Rondom de gebouwen zijn de bomen deels in losse, bosachtige groepen geplaatst. Dit vertraagt niet alleen de wind, maar creëert ook een groene coulisse die de architectuur verzacht en de verschillende buitenruimten met elkaar verbindt.
De sortimentskeuze kwam tot stand in afstemming met Boomkwekerij Ebben en is gebaseerd op de GALK-lijst van toekomstbestendige straat- en klimaatbomen. Deze lijst bundelt soorten die geschikt zijn voor stedelijke omstandigheden en toekomstige klimaatveranderingen, met aandacht voor droogte, hitte en biodiversiteit.
Naast toekomstbestendigheid speelde ook de seizoensbeleving een belangrijke rol bij de selectie. Daarbij is bewust afgezien van klassieke fruitbomen. In plaats daarvan is gekozen voor soorten die zich onderscheiden door hun bloei, bladstructuur, bladkleur, markante schors en karakteristieke kroonarchitectuur. Zo biedt de campus het hele jaar door afwisseling en beleving, waarbij iedere jaargetijde een eigen ruimtelijke en visuele kwaliteit toevoegt.
Toegepaste soorten zijn onder meer Carpinus betulus, Liquidambar styraciflua, Quercus cerris 'Marvellous', Quercus palustris en Tilia tomentosa 'Brabant'. Op de dakterrassen vormt de meerstammige Osmanthus heterophyllus bovendien een markant ruimtelijk accent.
Techniek onder het groen
Vrijwel alle beplanting bevindt zich op onderbouwde constructies, zowel op maaiveld als op de daktuinen. Dit vraagt om een zorgvuldig opgebouwde technische infrastructuur waarin groeiplaats, waterbuffering en afwatering integraal zijn meegenomen.
De opbouw bestaat uit drainagelagen met wateropslag, bescherm- en filterlagen, intensieve substraatmengsels en verhoogde plantvakken met prefab betonelementen. De extensieve groendaken zijn opgebouwd uit een vegetatiesubstraat van circa 10 centimeter dik, waarin een soortenrijke beplanting is aangebracht die specifiek is afgestemd op halfschaduwrijke tot schaduwrijke omstandigheden. Doordat de dakbegroening al onderdeel uitmaakte van het oorspronkelijke ontwerp, konden de systeemopbouw en de extra dakbelasting vanaf de eerste ontwerpfasen volledig worden geïntegreerd in de technische uitwerking.
Voor de bomen zijn royale groeiplaatsen gerealiseerd met een totale opbouwhoogte van circa één meter. Alle intensieve beplantingszones zijn voorzien van automatische druppelirrigatie voor een stabiel groeiklimaat.
Een belangrijke uitdaging lag in de combinatie van hoogwaardige architectuur en waterhuishouding. De wens voor transparante, vloer-tot-plafondgevels op maaiveldniveau vroeg om een zeer precieze afstemming van afwatering en maaiveldopbouw. Speciale grindstroken, gevelgoten en watergeleiding zijn volledig geïntegreerd in het ontwerp, zonder concessies te doen aan de (rolstoel)toegankelijkheid of de kwaliteit van het groen.
Biodiversiteit als leidend principe
Biodiversiteit vormt een leidend principe binnen het ontwerp. De campus draagt actief bij aan een rijker ecosysteem door de combinatie van bomen, heesters, onderbeplanting en extensieve groendaken.
De verweving van groen en verharding zorgt bovendien voor beter regenwaterbeheer en een aangenamer stedelijk klimaat. Daarmee laat de Debeka Campus zien hoe landschapsarchitectuur een wezenlijke bijdrage kan leveren aan klimaatadaptatie, gezondheid en verblijfskwaliteit in een stedelijke werkomgeving.
Samenwerking als succesfactor
Een belangrijke kracht van het project ligt in de brede samenwerking tussen opdrachtgever, ontwerpteam, gebruikers en gemeente. Ook de stad Koblenz omarmde uiteindelijk de integrale campusgedachte en maakte delen van het voorplein publiek toegankelijk. Dit onderstreept de maatschappelijke waarde van het project.
De Debeka Campus laat zien hoe vergroening een integraal onderdeel kan vormen van hedendaagse kantoorarchitectuur. Het project bewijst dat biodiversiteit, klimaatadaptatie, welzijn en identiteit elkaar kunnen versterken wanneer landschap vanaf het begin onderdeel is van het ontwerp.