+
Kennisbank: Afwerking groeiplaats

Het plantseizoen

Het plantseizoen

Het aanplant- en rooiseizoen voor bomen start op het moment dat ze hun bladeren laten vallen in het najaar en eindigt wanneer de nieuwe knoppen zwellen in het vroege voorjaar. Dit noemen we de rustperiode en loopt ongeveer van begin november tot eind maart. Uitzonderingen hierop zijn enkele specifieke soorten en wintergroene bomen. Ook zijn er momenten dat rooien en aanplanten niet kan plaatsvinden. Als vuistregel om de boom en bodem te beschermen hanteren we:

- Er wordt niet gerooid en geplant als er sneeuw ligt of vorst in de grond zit.
- Er wordt niet geplant als de grond dusdanig verzadigd is, dat er water in het plantgat komt te staan.
- Er wordt niet geplant als er risico op structuurbederf van de bodem is.

Bomen en plantgoed met naakte wortel

Plantgoed met naakte wortel wordt vooral gebruikt bij bos- en haagplantsoen en bij jonge bomen zoals spillen. Het is licht, makkelijk te verwerken en daardoor goedkoper. Het rooien en transport gaan snel en efficiënt, wat extra voordelen geeft. Het grote nadeel: de wortels drogen zeer snel uit zodra ze boven de grond komen. Zonder goede bescherming kan het plantgoed daardoor snel afsterven. Daarom moeten de wortels altijd vochtig en afgedekt blijven — tijdens transport, opslag en aanplant. Na ontvangst is opkuilen of afdekken met een natte lap noodzakelijk. In een loods zijn een hoge luchtvochtigheid, nevelinstallatie of koelcel aan te raden. Aanplanten moet zo snel mogelijk na het rooien gebeuren. Let erop dat alle wortels naar beneden in het plantgat wijzen en dat de grond goed aansluit zodat er geen luchtkamers ontstaan. Het eerste jaar gebruikt de plant vooral om te herstellen; daarna volgt de groei.

Plantgoed met naakte wortel kan het best in het najaar worden geplant, wanneer de bodem nog warm genoeg is om wortelvorming te starten.

Bomen met kluit

Bomen met kluit

Kluitbomen is het meeste wat we verhandelen en hebben als grote voordelen dat de wortels niet snel verdrogen waardoor de klap van het verplanten kleiner is. Zeker bij grote bomen die meermaals verplant zijn is een goede kluit van cruciaal belang voor het aanslaan. Heeft de boom een diktemaat van 16 – 18 dan heeft die vrijwel altijd een kluit. Zelfs als de boom langere tijd voor transport en aanplant bovengronds is en het aanplanten niet goed gebeurd kan een boom met kluit nog redelijk overleven. Wel van belang is dat de boom meermaals verplant is, zeker bij grote bomen. Dit verplanten tijdens het kweekproces is noodzakelijk om een kluit te creëren waar veel fijne haarwortels in zitten om de boom adaptief en verplantbaar te houden. Zolang we op de kwekerij een boom blijven verplanten, blijft die dus verplantbaar en dus verhandelbaar. Ook de nazorg van kluitbomen na aanplant zijn minder intensief dan die van naakte wortel. Waar ons advies is om planten met kale wortel bij voorkeur in het najaar aan te planten (eind oktober / mid december) kan een boom met kluit over een veel langere periode worden aangeplant.

Een paar belangrijke redenen om te kiezen voor een boom met een kluit:

Verankeren: Een boom met een kluit staat bij aanplant direct steviger in de grond daarmee zitten de wortels aangesloten aan de aarde in de kluit. Bij een kale wortel staat de boom altijd minder stevig, als dan de nieuwe wortels bij het aanslaan gaan kiemen dan zal bij wind de wortel iets bewegen waardoor de kiemwortels afbreken. Hoe groter de boom hoe groter de invloed van wind. Met een zware kluit aan de voet kun je de boom ook goed ondergronds verankeren, simpelweg door spanbanden over de kluit te spannen.

Bij sommige bomen is het ook van belang dat bepaalde bodemschimmels meekomen, de zo genaamde mycorrhiza. Dit is een symbiose van bodemschimmels en de wortel van de plant en komt direct rond de wortels van de bomen voor. Dit zijn in feite schimmeldraden die er voor zorgen dat het wortelgestel optimaal voeding kan opnemen. De symbiose (samenwerking) zit hem er in dat de plant in ruil hiervoor suikers en andere koolhydraten aan de schimmel terug levert. De boom produceert deze stoffen door de fotosynthese in het blad. Voor een aantal boomsoorten is de aanwezigheid van mycorrhiza van doorslaggevend belang om goed aan te slaan. Een voorbeeld hiervan is de gewone beuk (Fagus sylvatica) en Acer palmatum welke ook afhankelijk zijn van bepaalde sporenelementen. De schimmelraden vergroten ook het worteloppervlak, noodzakelijk voor een goede opname van vocht.

Als laatste voordeel, bomen met kluit drogen ook minder snel uit tijdens transport en opslag doordat er vocht in de kluit aanwezig is.

Bomen in springring of air-pot®

Bomen in springring of air-pot®

Het kan gebeuren dat een aanplantproject moet worden uitgesteld terwijl de bomen al gerooid op de kwekerij liggen. Een air-pot® is dan een ideale manier om de bomen bovengronds een seizoen door te kweken. Het gebruik van air-pots® ook wel springringen genoemd zien we dus voornamelijk in het groeiseizoen voor het aanplanten van een boom. Deze methode is er vooral op gericht om een boom een goed wortelgestel te laten ontwikkelen terwijl die bovengronds staat. Ook creëer je met een air-pot® een extra laag grond rondom de kluit waarin de boom kan wortelen en buffer je voeding en vocht. Het in air-pot® plaatsen moet bij voorkeur gebeuren voordat de bladeren aan de boom komen, want zodra het blad komt is er ook wortelactiviteit. Hoe eerder het in air-pot® zetten plaats vind hoe sterker het wortelgestel zich zal ontwikkelen. Het is noodzakelijk om de boom in air-pot® te zetten op de plek waar die de rest van het seizoen moet gaan staan. Verplaats je een boom in airpot dan is de kans erg groot dat het kwetsbare wortelgestel afbreekt. Ook moet de boom minimaal 3-4 maanden in de springring staan voor een volledige doorworteling die sterk genoeg is tijdens de aanplant. Gedurende het groeiseizoen moet de boom dagelijks van water worden voorzien door middel van druppelirrigatie. Zodra het aanplanten gaat plaatsvinden is het verstandig de boom alsnog in een draadkorf in te gazen zodra we de airpot weghaalt. Dit inkorven zorgt er voor dat het gehele wortelsysteem in tact blijft en verdeelt de belastingen bij ondergrondse verankering.

Voordelen van de air-pot®

Voordelen van de air-pot®

Een groot voordeel van de air-pot® is dat je hem makkelijk op iedere gewenste maat kan maken, dit in tegenstelling tot een gewone pot of container welke een vaste maat hebben. Daarnaast is een air-pot® er op gericht de boom zoveel als mogelijk naar buiten toe te laten wortelen en doormiddel van luchtsnoei ontstaat een fijn vertakt wortelstelsel. Dit komt tot stand doordat de structuur van een air-pot® bestaat uit naar binnen en naar buiten gepositioneerde cups die de wortels naar buiten leiden. Hiermee wordt het rondraaien van wortels voorkomen t.o.v. een container met alle nadelige gevolgen van dien. De cups zijn naar buiten toe open, dus zodra de wortels door de cup steken zullen ze onder in vloed van het licht afsterven. Een boom in air-pot® kweken is bewerkelijker dan bomen in winterrust met kluit aanplanten, echter het kan een goede manier zijn om een boom een zomerseizoen bovengrond te laten doorgroeien.

In uitzonderlijke gevallen kunnen wij in opdracht van een klant de bomen in air-pot® zetten en die pas uitleveren bij aanplant. Vraag bij uw contactpersoon naar de extra kosten.

Afwerken kluit na aanplanten

Afwerken kluit na aanplanten

Nadat de boom in het plantgat is gezet en is verankerd (ondergronds) kan de afwerking beginnen. Dit volstaat met het dichtgooien van het plantgat met de aanplantgrond. Om er voor te zorgen dat de grond goed aansluit en er geen luchtkamers ontstaan rondom de kluit moet de grond aangetrapt worden. Een watergift daarna is noodzakelijk en zorgt ervoor dat de grond niet alleen goed aansluit maar ook direct inklinkt. De kluit van de boom is bij het rooien ingepakt in jute en voorzien van een boomkorf gemaakt van versterkt draadstaal. Het bruinkleurige jute is een volledig natuurproduct en vergaat snel, meestal binnen een maand of twee maanden. De boomkorf is gemaakt van draadstaal en zal uiteindelijk vergaan, maar gezien het materiaal gaat hier wel een paar jaar overheen. Het voordeel hiervan is dat bij ondergrondse verankering de ankers over de compacte kluit komen te liggen. Mocht de draadkorf tegen of dichtbij de boombast zitten dan kan er voor gekozen worden op die plek de draad door te knippen om ingroeien te voorkomen.

Onverteerbare acrylgaaslappen

Onverteerbare acrylgaaslappen

In enkele gevallen komen we blauwe jute lappen tegen. Dit zijn jute-acryl gaaslappen. Deze bestaan voor de helft uit natuurlijk jute en voor de helft uit een kunststofdraad (acryl). Het ingazen hiermee zien we veelal bij bomen waarvan het de kluit enige tijd bovengronds intact moet blijven, zoals coniferen die een poos op een tuincentrum staan alvorens ze verkocht worden. Deze jute-acryl gaaslappen lappen zullen niet verteren en moeten verwijderd worden want anders wordt de bodem vervuild. Bij hele kleine bomen worden ook wel kluitelastieken gebruikt. Dit zijn herkenbare witte elastieken welke kruislings om de kluit zitten. Ook deze moeten bij aanplant verwijderd worden om vervuiling te voorkomen.

Kluiten voorzien van kokosmat

Kluiten voorzien van kokosmat

Tegen het einde van het rooiseizoen, zo rond maart / april komen we ook kluiten tegen voorzien van kokos. Dit materiaal wordt vaak gebruikt bij bomen die pas ruim na het rooiseizoen geleverd worden. Het kokos verteert langzamer dan jute en maakt het mogelijk dat de bomen op het pottenveld aan een druppelaar een seizoen kunnen doorstaan. De kokoskluitmat kan enigszins vocht vasthouden en voorkomt daarmee uitdroging. Het kan voorkomen dat een aanlegklus uitloopt en door toepassing van kokos rond de kluit toch nog een prima hanteerbare kluit hebben als ze uiteindelijk uitgeleverd gaan worden. Bij aanplant kan dit kokos blijven zitten, het zal uiteindelijk net als jute compleet vergaan. Kortom, voordeel van kokos is het verlengen van het aanplantseizoen tot in juni, indien anaplant nog latwer gaat geschieden adviseren we de toepassing van de airpot. 

Snoeien bij aanplant

Snoeien bij aanplant

Zodra een boom geplant is, moet de kroon teruggesnoeid worden om de verhouding tussen wortel- en kroonvolume te herstellen en de verdamping te beperken. Bomen verliezen altijd wortels tijdens het rooien en verplanten. Als er niet gesnoeid wordt, bestaat het risico dat de kroon te groot wordt voor het beperkte aantal wortels en dat de boom niet genoeg water kan leveren voor verdamping, deze onbalans leidt tot het afsterven van takken of erger. Dit risico doet zich vooral voor bij snelgroeiende soorten en in kustgebieden.

Bij aanplant adviseren we de kroon maximaal 25% terug te snoeien. De snoei is eerder gericht op het verkleinen van de kroon (snoeien aan de buitenzijde van de kroon) dan op het uitdunnen van de kroon. Als er takken gebroken of beschadigd zijn tijdens het transport, is uitdunnen noodzakelijk of snoeien tot op een zijscheut.

Takken die gesnoeid zijn beginnen veel sneller te groeien en zijn veel beter bestand tegen ziekten en insecten. Tegen het einde van het eerste groeiseizoen zullen ze terugkeren naar de vorm van de kroon van voor de snoei. Tijdens het tweede groeiseizoen zullen ze breder worden dan bomen die niet gesnoeid werden. Na het planten en de eerste snoeibeurt is het de komende drie jaar niet nodig om bomen te snoeien.

Verbetering plantplaats met schimmel gedomineerde humuscompost

Verbetering plantplaats met schimmel gedomineerde humuscompost

Veel bomen hebben hun meest optimale standplaats in bossen. De bosbodem bevat een grote hoeveelheid humus, nutriënten en een complexe variatie aan bodemleven, waaronder veel micro-organismen zoals schimmels. Bodemverbetering met schimmel gedomineerde humuscompost benadert de optimale standplaats van bomen zoveel mogelijk en verrijkt de biologische bodemactiviteit, die er uiteindelijk voor zorgt dat voedingsstoffen beschikbaar komen voor de boom. Humuscompost kan tot maximaal tien procent gemengd worden met schrale teelaarde om een goed groeimedium te vormen. De rest van de humus is goed om de bovenlaag (bovenste 20cm.) van het plantvak mee te verreiken zodat het door de aanwezige wormen in de bodem kan worden opgenomen om zo het zuurstof gehalte op peil te houden en het bufferende vochtgehalte te verhogen.

Planthoogte: niet te hoog, niet te laag

Planthoogte: niet te hoog, niet te laag

Na de plantgatvoorbereiding en de eventuele bodemverbetering kunnen de bomen geplant worden. De stam van de boom wordt omwikkeld met jute waarna de boom met een strop aan kluit en stam óf met een kluithaak opgetild kan worden. De boom wordt in het plantgat geplaatst met de bovenkant van de kluit zo’n vijf tot tien centimeter boven maaiveld. Dit omdat de grond in het plantgat nog nazakt, zeker bij zware bomen. De boom zakt mee en komt uiteindelijk lager te staan dan de planthoogte. Het is beter de boom te hoog te planten, dan te laag. Te laag geplante bomen hebben een grote kans op zuurstofgebrek en daarmee gepaard gaande wortelrot en afsterving. Aangezien de wortels van een boom tot net onder het grondoppervlak groeien, is te hoog planten echter ook niet wenselijk. Te hoog geplante bomen drogen gemakkelijk uit, omdat de wortels uiteindelijk boven het maaiveld uitsteken. Ook het aanvullen met aarde om de wortels te bedekken in de vorm van een heuveltje kan tot uitdroging leiden, omdat het water bij begieten van het heuveltje af loopt.

“Het is beter de boom te hoog te planten, dan te laag. Te laag geplante bomen hebben een grote kans op zuurstofgebrek en daarmee gepaard gaande wortelrot en afsterving."

Het plantgat vullen in drie stappen

Het plantgat vullen in drie stappen

Wanneer de boom in het plantgat staat moet eerst beluchting worden aangebracht, met name op verharde bodems en bodems met veel organisch materiaal, zoals veengronden. Deze beluchting is nodig voor de toevoer van zuurstof naar de wortels. Is de beluchting aangebracht, dan kan het plantgat worden aangevuld.

1. Eerst wordt het plantgat voor een derde gevuld en aangestampt. Let daarbij op dat er geen organische materialen zoals graszoden in het plantgat komen, deze materialen onttrekken zuurstof.
2. Vervolgens wordt het plantgat voor driekwart gevuld en moet de draad om de kluit aan de bovenkant worden losgemaakt. Als een draad kort tegen de stam ligt bestaat het risico dat de boom op deze plaats wordt afgekneld wanneer hij in dikte groeit.
3. Daarna kan het plantgat volledig worden gevuld en nogmaals aangestampt. Verwijder de draad om de bovenkant van de kluit nooit voordat de boom het plantgat in gaat, omdat daarbij het risico groot is dat de wortels breken.

Beschadiging bij aanplant en wondverzorging

Beschadiging bij aanplant en wondverzorging

Ondanks alle zorgvuldige handelingen kan een boom bij aanplant toch beschadigen. Zeker tegen het einde van het leverseizoen, begin voorjaar, komt bij veel soorten de sapstroom al op gang en zijn ze extra gevoelig voor beschadigingen. Zolang het om kleine beschadigingen gaat (max. 10 tot 20% van de bastomvang) dan is dit goed te behandelen met boomwondbalsem (merk Lac Balsam) verkrijgbaar bij toeleveranciers uit de groensector. Mochten de bomen bezorgd worden door onze eigen vrachtwagen dan heeft onze chauffeur het soms bij zich en kan dan een helpende hand bieden. Als de beschadiging niet groter is dan 30% van de bastomvang dan kan de boom dit uiteindelijk overgroeien. De snelheid hiervan is soort afhankelijk en niet alle soorten sluiten de wonden goed af zonder zichtbare wond. Hoe meer schade hoe meer moeite (en energie) het de boom dit zal kosten om hiervan te herstellen. Als het enigszins kan is het raadzaam om de wond uit het zicht te draaien zodat het minder opvalt bij gebruik van de aangelegde ruimte. Ook kan het helpen de beschadiging naar het noorden te draaien om te zorgen dat de wond makkelijker overgroeit door de schaduw en koelte. Of de boom uiteindelijk de wond geheel zal overgroeien hangt van boom biologische factoren af (en bij snoei ook van een correcte snoeiwijze).  Dit herstel moet wel komen van het cambium (wondweefsel) dat vanuit de bastdelen de wond gaan overgroeien. Voor het herstellen van een wond heeft de boom dus tijd nodig. Mocht de boom geheel gestropt zijn door het lossen, en de bast geheel opgestroopt zijn, dan zal die dit niet overleven. Zo snel mogelijk de boom bij de kwekerij nabestellen is dan het advies om vertraging bij uitvoer van het project te voorkomen.

Kluitafmeting

Kluitafmeting

De afmeting van de gerooide kluit is afhankelijk van een aantal factoren. De belangrijkste factor is de stamomtrek van de boom en het volume van de kroon. Daarnaast is de vorm van de boom ook van invloed, zo krijgt een laanboom een ander formaat kluit mee bij het rooien dan een meerstammige boom. Ook de boomsoort heeft enige invloed, een aantal boomsoorten kunnen met een kleinere maat gerooid worden en sommige soorten moeten naar verhouding een grotere kluit krijgen. Bij de voorbereiding van de aanplant is het van belang te weten welk formaat het plantgat moet hebben zodat die zo snel mogelijk na of bij het lossen direct in het plantgat gezet kan worden. Raadpleeg de Kluitinformatietabel voor een de maatvoering. Deze tabel geeft naast de doorsnede ook een goede indicatie van de hoogte en het gewicht van de kluit. Door het gebruik van verschillende rooimachines en verschillende grondsoorten zal er altijd enige variatie zijn. Indien de juiste afmeting en het gewicht zeer cruciaal is overleg voor het bestellen naar de mogelijkheden met uw contactpersoon.

Boompalen plaatsen

Boompalen plaatsen

Zet de palen stevig in de grond, eventueel met behulp van een grondboor. Het heeft de voorkeur om de paal twintig centimeter in de vaste grond onder het plantgat te slaan. Verder geldt de regel dat minimaal één derde tot maximaal de helft van de paal moet worden ingegraven. Zet de boom met banden aan de paal of palen vast. Laat de band tussen boom en boompaal zichzelf kruisen om wrijving, en daarmee stambeschadiging, te voorkomen. Controleer de banden en palen minimaal eens per jaar om de banden op tijd te verstellen als er knelling optreedt. Wanneer een boom met kale wortelpruik wordt geplant dienen de boompalen voor het planten geplaats te worden om schade aan de wortels te voorkomen. Enkele weken na aanplant de spanning op de boombanden controleren is aan te raden, i.v.m. nazakken van de boom door grondbewerking kan de spanning afnemen. Als de grond het toelaat kunnen de boompalen ook met de bak van een kraan in de grond geduwd worden waarna de bomen geplaatst kunnen worden.

Bomen verankeren introductie

Bomen verankeren introductie

Nadat de boom geplant is moet er verankering worden aangebracht om ervoor te zorgen dat de boom niet scheef- of omwaait én om te voorkomen dat nieuwe wortelgroei beschadigt door teveel beweging van de boom. Er zijn twee manieren van verankeren:

1. Bovengronds verankeren, met één of meerdere boompalen en banden.
2. Ondergrondse verankering, met kluitankers of boompalen.

Bomen verankeren

Bovengrondse verankering

Bovengrondse verankering

Bovengrondse verankering wordt het meeste toegepast en is de goedkoopste en snelste manier om een boom te fixeren bij aanplanten. Veelal is het verankering met twee of meerdere boompalen afgespannen met boombanden. Deze verankering blijft zo’n twee tot drie jaar staan, totdat de boom zelf voldoende geworteld is om in zijn verankering te voorzien. Daarna worden de palen gefaseerd verwijderd. Wordt er één boompaal toegepast, dan moet deze geplaatst worden aan de zijde van de meest voorkomende windrichting. De boom ‘waait’ dan in de tegenovergestelde richting van de paal. Gebeurt dit niet, dan waait de boom te vaak tegen de paal aan en ontstaan er beschadigingen waardoor parasieten de boom kunnen binnendringen. In geval van draai- of valwinden rondom hoge gebouwen of bij grotere bomen zijn meerdere palen nodig. Worden er twee of meer palen geplaatst, dan is het voordeel dat er aan de palen een zogenaamde gietrand bevestigd kan worden, waardoor deze beter op zijn plaats blijft. Let wel op dat de boombanden niet te statisch worden bevestigd, enige speling stimuleert de beworteling en uiteindelijk een vlotte verankering. Ook is het van belang een paar weken na aanplant de spannig op de verankering te controleren. Vaak klinkt de grond in na aanplant wat invloed heeft op de verankering en de afspaning van de boombanden. 

Ondergrondse verankering

Ondergrondse verankering

Ondergrondse boomverankering ook wel kluitverankering genoemd zorgt voor een stabiele en goede verankering van bomen welke na aanbreng niet zichtbaar is, dit in tegenstelling tot de gebruikelijke bovengrondse verankering. Het is bij aanleg een iets bewerkelijker methode maar zeer effectieve oplossing. De verankering is te realiseren door spanbanden of een autogordel over de kluit aan te brengen en te bevestigen aan de ondergrondse palen of horizontale stalen ankers. Vervolgens wordt met een ratel de boomband goed afgespannen. Het voordeel van ondergrondse verankering is dat er geen storend beeld is, de bast niet kan beschadigen door schurende boombanden en de boomwortels hebben vrij spel om zich gelijkmatig te ontwikkelen zonder hinder van palen te ondervinden. Ook bij deze methode is het van belang een paar weken na aanplant de spanning op de verankering te controleren. Zakt de boom na aanplant wat na waardoor de spanning op de verankering kan afnemen. Bij het verankeren van een groot formaat boom zal er ook kroonverankering moeten worden toegepast. Raadpleeg hiervoor uw contactpersoon.

Kroonverankering / tuien

Kroonverankering / tuien

Bij het aanplanten van grote bomen is een goede verankering essentieel om de stabiliteit in de eerste jaren te waarborgen. Naast traditionele boompalen wordt vaak ook gekozen voor kroonverankering d.m.v tuien. Een kroonverankering bestaat uit kabels die in de kroon worden aangebracht, meestal tussen de hoofdstammen of zware takken, hierdoor blijft de boom stabiel bij harde wind. Belangrijk is dat de gebruikte materialen niet kunnen ingroeien of schuren en voor beschadigingen zorgen. Na drie jaar moet dit verwijderd worden om ingroeien te voorkomen.

Het grote voordeel van kroonverankering bij aanplant is dat de boom zich vrijer kan ontwikkelen. De wortels krijgen de kans om zich op natuurlijke wijze te vestigen, terwijl de kroon toch voldoende wordt beschermd tegen windbelasting. De installatie van een kroonverankering vraagt vakmanschap: de banden moeten op de juiste hoogte worden aangebracht, zonder de bast te beschadigen, en voldoende flexibiliteit behouden zodat de boom kan meebewegen. Na enkele jaren, wanneer de boom goed is doorgegroeid en stevig staat, moet de verankering worden verwijderd. Zo draagt een kroonverankering bij aan een goede aanplant.

Bescherming van de boomstam tegen bastverbranding

Bescherming van de boomstam tegen bastverbranding

Een aantal boomsoorten is in toenemende mate gevoelig voor bastverbranding. Dit treedt voornamelijk op aan de kant waar de late avondzon op de bast kan schijnen. Het ontstaat doordat de boom overdag al een tekort aan vocht heeft, de sapstroom redelijk stil komt te liggen en dan door felle avondzon extreem opwarmt. Bij soorten met een dunne, gladde bast die op een zonnige standplaats staan, is stambescherming in de eerste drie jaar na de aanplant meestal noodzakelijk. Met name Acer (esdoorn), Castanea sativa (tamme kastanje), Cercidiphyllum japonicum (Katsuraboom) (  Fagus (beuk),  Liriodendron (tulpenboom) Tilia (linde), Carpinus (haagbeuk), Magnolia (beverboom) zijn gevoelig voor bastverbranding, met als gevolg dat de bast van de stam loslaat. Dit is te voorkomen door na het planten het takvrije deel van de stam te beschermen door jute, rietmatten, kokosmatten of insmeren met arboflex. Na enkele jaren zijn de materialen verteerd en zal de boom weerstand hebben opgebouwd tegen zonnebrand. Ook is de kroon dan in breedte toegenomen, waardoor de stam meer in de schaduw zal liggen. Ook het beschilderen van de bast met een witte kalkhoudende verf kan een prima oplossing zijn. Wil je meer weten over het beschermen van de boomstam tegen bastverbranding? Lees het artikel: Bomen smeer je ook in tegen zonnebrand.

Boompalen kiezen, houtsoort en lengte

Boompalen kiezen, houtsoort en lengte

Voor de boompalen kan gekozen worden uit verduurzaamd hout (geschilderd, geïmpregneerd of geteerd) of niet-verduurzaamd hout van soorten die niet snel wegrotten, zoals de Castanea sativa (tamme kastanje) of Robinia hispida (ruwe acacia). Verduurzaamd hout bevat schadelijke stoffen die in de bodem achterblijven en opgenomen kunnen worden door de boomwortels. Dit komt het milieu en de boom niet ten goede. Het is dan ook aan te raden te kiezen voor niet-verduurzaamd hout. Gebruik bij voorkeur korte bovengrondse boompalen die maximaal tachtig tot honderd centimeter boven het maaiveld uitsteken. Bomen krijgen bij het gebruik van korte boompalen meer bewegingsvrijheid en vormen daardoor sneller stabiliteitswortels. De boom verankert zich dan eerder en beter. Langere boompalen daarentegen maken de boom statisch en ‘lui’, wat resulteert in een slechtere verankering op korte termijn. Bovendien hebben lange palen een negatieve invloed op de diktegroei van de stam. Onder de aanbindplaats groeit de stam minder snel in dikte dan boven de aanbindplaats, omdat een deel van de buigspanning door de paal wordt opgevangen. 

Meld je aan voor onze nieuwsbrief.

×
Cookie instellingen

Stel hier uw cookie voorkeur in. Meer informatie over het gebruik van gegevens en de verschillende cookies vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.