+
Kennisbank: Weersinvloeden

Weersinvloeden

Weersinvloeden

Inhoudsopgave

Zonnebrand

Zonnebrand

In de afgelopen jaren hebben we te maken met steeds warmere en drogere periodes in het voorjaar en zomer. Dit in combinatie met droogtestress en een felle brandende zon op de stammen met een dunne bast, zorgen voor afsterving van het bastweefsel. Bomen lopen vooral bastverbranding op tussen 15.00 uur en 17.00 uur, wanneer de zon later in de middag in het westen tot zuidwesten staat op kompasrichting 235-245 graden. De temperatuur loopt op de bast dan op tot wel 45 graden. De sapstroom koelt de bast dan niet meer genoeg waardoor temperatuurverschillen in de bast zorgen zorgen voor werking van het hout. Ook kunnen delen van de bast volledig opdrogen. 

Vaak is deze bastverbranding het eerste jaar nog niet te constateren. Zodra echter de diktegroei van de boom plaatsvindt (medio september) of wanneer de sapstroom in het volgende jaar op gang komt, kun je langzaam aan de zuidwestzijde van de boom een vergrijzing/verkleuring op de stam waarnemen. Na enkele weken zal de bast openscheuren vanaf de stamvoet tot 1,5  à 2 meter hoogte. Enkele keren vindt de bastverbranding ook plaats hoger in de kroon, maar altijd op plaatsen waar het blad van de boom geen schaduw of verkoelend effect door verdamping biedt op de stam. Op plekken waar de bast openbarst, ontstaan zwakke plekken waar de boom vatbaar wordt voor binnendringende schimmels. Zeker pas verplantte bomen of bomen die plotseling blootgesteld worden aan zon kunnen hier last van hebben, omdat de beperkte hoeveelheid wortels ervoor zorgt dat de boom niet genoeg water op kan nemen.

Bomen met een dunne bast lopen het meeste risico op beschadiging door bastverbranding. Van oudsher vallen daaronder Acer, Alnus, Carpinus, Fagus en Tilia, maar we zien ook steeds vaker schade in onder andere Aesculus, Fraxinus, Juglans, Magnolia, Liriodendron en Pauwlonia. Na aanplant dienen deze bomen goed beschermd te worden. Hoe?

  • Voorkom droogtestress door regelmatig verplante bomen aan te schaffen.
  • Zorg voor een goed voorbereide groeiplaats zonder verdichte lagen, waarbij het aanwezige stabiele humuspercentage minimaal 1% is en op peil wordt gehouden, maar liefst wordt verbeterd.
  • Geef geplante en verplante bomen in de eerste drie jaar in de juiste frequentie water. Dit kan bijvoorbeeld door middel van een gescheiden automatisch beregeningssysteem, waarmee de bomen en solitairen ieder individueel via druppelbevloeiing bewaterd worden.
  • Bescherm de stammen aan de zuidwestzijde door middel van het aanbrengen van stamreflectie. Dit kan door middel van:

1. Rietmatten, kokosmatten of bamboematten. Dit zijn robuuste maar natuurlijke middelen die vooral op de kwekerij veel gebruikt worden om de bast te beschermen tegen zonnebrand. Een voordeel van deze middelen is dat ze heel snel te plaatsen zijn. In de openbare ruimte is dit minder toepasbaar vanwege een grotere kans op vandalisme. Ook bouwt een boom die beschermt wordt door een rietmat minder weerstand tegen de zon op en zal de kroon dus goed ontwikkeld moeten zijn voordat de rietmat verwijderd mag worden. De mazen van de matten moeten daarom minimaal 0,2-0,5 cm zijn.

2. Stamcoating. Dit is een oude methode die in het verleden al veel gebruikt werd in Centraal Europa, maar ook in West-Europa om bijvoorbeeld fruitbomen te beschermen tegen vorstscheuren. Mogelijke natuurlijke middelen zijn witte kalk op lutum-basis, ARBO-FLEX© of kaolienklei (Surround). Hiermee is de stam beschermt en door het langzaam verdwijnen van de coating bouwt de stam toch bescherming op tegen de zonnestraling. Nadeel is de esthetische waarde: niet iedereen waardeert de witgekalkte stammen van bomen in de openbare ruimte.

Meer lezen over bomen beschermen tegen zonnebrand? Lees het blog.

Vorstschade

Vorstschade

Vorstschade ontstaat wanneer de temperatuur plotseling daalt en het water in de plantencellen bevriest. Hierdoor ontstaat cel beschadiging, waardoor weefsel afsterft. Vooral jonge bomen, pas aangeplante exemplaren en soorten die tot laat in het jaar doorgroeien zijn kwetsbaar. Ook bomen die te laat in het seizoen bemest zijn met stikstof lopen meer risico, omdat hun scheuten nog niet volledig zijn afgehard. De mate waarin een plant gevoelig is voor vorstschade is sterk soortafhankelijk. Bij sommige soorten bevriezen alleen de bloemen appel (Malus) en beverboom (Magnolia) bij andere soorten het jonge uitgelopen blad, kornoelje (Cornus) en walnoot (Juglans). In beide gevallen zullen de bomen weer geheel herstellen omdat dergelijke schade ontstaan door lage nachtvorst niet ieder jaar op zal treden. De schade wordt vaak zichtbaar zodra de temperatuur stijgt. Typische symptomen zijn zwart verkleurde of ingezakte snotachtige jonge scheuten. In ernstige gevallen kan gescheurde schors of het los laten van de bast waarneembaar zijn. Bij bladverliezende soorten kan de bast aan de zuidzijde openscheuren door grote temperatuurverschillen tussen dag en nacht. In het voorjaar lopen vorstbeschadigde bomen vaak ongelijk uit of blijven deels kaal. Bij wintergroene soorten is vorstschade voornamelijk in het blad te zien. Door een combinatie van vorst, zon en wind droge de planten vaak op met bruine bladeren tot gevolg.

Bestrijding en preventie: kies vorstbestendige soorten passend bij het lokale klimaat en de standplaats. Vermijd late stikstofbemesting en stimuleer tijdige afrijping van scheuten met kaliumrijke voeding. Bij aanplant in het najaar helpt een mulchlaag om de wortelzone te beschermen tegen vorst. Met name op droge zandgronden kan de vorst diep de grond intrekken. Jonge stammen kunnen tijdens strenge vorst beschermd worden met jute, die temperatuurschommelingen opvangt om bastschade te voorkomen. Planten uit mediterraan gebied zoals judasboom (Cercis) zijn extra vorstgevoelig. Ook planten met zeer fragiel blad die vroeg in het voorjaar uitlopen zoals de katsuraboom (Cercidiphyllum) zijn gevoelig. Nachtvorstschade is relatief onschadelijk voor bomen omdat het niet ieder jaar even hevig optreedt.

Droogte door watergebrek

Droogte door watergebrek

Droogte veroorzaakt steeds meer schade aan bomen, vooral in stedelijke gebieden met verdichte bodems, weinig wortelruimte en veel warmte door gebouwen en verharding. Bij een tekort aan water raakt de waterhuishouding van de boom verstoord, waardoor belangrijke processen zoals fotosynthese en groei afnemen. Jonge bomen en soorten met een oppervlakkig wortelstelsel zijn extra kwetsbaar. De symptomen van droogtestress verlopen vaak in drie stappen: slap hangende bladeren, bladvergeling door water- en voedseltekort en uiteindelijk vroege bladval. In een later stadium kunnen takken afsterven. De fotosynthese valt stil door het afnemende bladoppervlak. Door beperkte transport van water en voedingsstoffen daalt de weerstand, waardoor schimmels, insecten en andere secundaire aantastingen sneller kunnen toeslaan. Langdurige droogte kan bovendien blijvende wortelschade veroorzaken, vooral in bodems met weinig organische stof.

Droogte preventie begint bij de bodem. Een luchtige bodem met voldoende organisch materiaal en wortelruimte houdt meer vocht vast en ondersteunt het bodemleven. Ook een laag mulch vermindert verdamping. Jonge bomen hebben in de eerste jaren extra zorg nodig: geef liever af en toe een grote hoeveelheid water dan vaak kleine beetjes. Onvoldoende nazorg is een van de belangrijkste oorzaken van uitval bij beplanting.

 Lees alles over de juiste manier van watergeven.

Meld je aan voor onze nieuwsbrief.

×
Cookie instellingen

Stel hier uw cookie voorkeur in. Meer informatie over het gebruik van gegevens en de verschillende cookies vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.